Tagarchief: Traumaverwerking

Ik heb iets te vieren

Ik trakteer mezelf op chocola en verse koffie. Er is iets te vieren.
Al lang voorvoelde ik dat deze verandering eraan zat te komen, maar wist niet hoe, wanneer het moment zou plaatsvinden waarop de balans zou doorslaan.
Nu, gisteren dus, maar ik besef het pas vandaag. Alsof mijn gevoel een beetje achterloopt.
Het is in feite heel gewoon. Alsof ik op vakantie ben, terwijl een volle werkweek voor me ligt, er niets is veranderd in mijn praktische, financiële, of persoonlijke leven.

Het kwam door een eenvoudig gesprek bij mijn haptonoom. Ik had vorige week de afspraak af willen zeggen omdat ik de noodzaak van een sessie niet meer inzag. Zoals gewoonlijk bij mij was ik daar te laat mee, en dus zat ik gisteren toch bij haar.
Vanaf mijn eerste sessie met haar verbaasde ze zich erover dat ik alles zo goed aanvoel. Fysieke intelligentie. En dat ik wat er gebeurt goed kan verwoorden. Verbaal vaardig. En dat ik inzicht heb in mijzelf. Ontwikkeld reflectievermogen. En dat ik eigenlijk alles weet en kan wat nodig is om een vervullend leven te leiden zoals bij mij past, maar dat ik het gewoon niet doe. Er niet op vertrouw. Wantrouwen in mijn eigen zijn en kunnen.

In januari zat ik voor de eerste keer bij haar, herstellende van mijn 5e (ja, echt, ik heb ze geteld) burn-out. Begonnen in november vorig jaar. Deze was heftig, ik dacht dat ik het aan mij hart had met een hart dat pijn deed en 24 uur per dag onregelmatig klopte. Dag en nacht. Na onderzoek bleek dat ik een goed hart heb die fysiek gezien het prima doet en alleen een beetje van slag is, letterlijk. Dus pilletje om dat tegen te gaan, na een half uurtje na inname klopte mijn hart weer normaal. Vervolgens duurde het nog wel een paar maanden voordat ik bij mijn positieven was gekomen en mijn innerlijke accu weer stroom kon genereren. Pillen slik ik niet meer.

En nu, bijna 7 maanden later, kan ik vieren dat de knop om is, waarbij ik mijn haptonoom en homeopaat allebei bedank vanuit de grond van mijn hart over hun openhartigheid, waar ik ook om vroeg, om hun vermogen de wijsheid van mijn lichaam te vertalen in woorden en mij vervolgens een schop onder de kont te geven: ga zwemmen zonder zwemvest, dat kun je allang. Vertrouw.

Ja, maar hoe dan? Hoe werkt dat? Ik ben het niet gewend. Heb het nooit gedaan. Vertrouw meer op zwoegen en het zwaar hebben.
Het antwoord is zo simpel: geef jezelf ruimte om te Zijn en te Spelen en te doen wat je wil op een manier die bij je past. Precies de zakelijke belofte van mijn gitaar- en muziekpraktijk.

Geen therapie meer, geen trainingen, die ik soms deed uit angst, soms uitvluchten zijn geweest om mijn gebrek aan vertrouwen en onvermogen om op eigen benen te staan te omzeilen. Vanmorgen zou ik eigenlijk een webinar beluisteren. Heb het niet gedaan. Koffie, chocola en schrijven paste beter. Moet alles wat ik weet en kan gaan toepassen. Er ligt nog een berg heerlijke kennis en vaardigheden te wachten.

Ik ben nu 57 jaar, ben in mijn vroegste jeugd door heftige gebeurtenissen (waaronder seksueel misbruik) getraumatiseerd en heb daardoor geleerd mijn diepste zelf te wantrouwen, raar en belachelijk te vinden en heb een leven geleid half buiten mijzelf. Heel vervreemdend, verwarrend, destructief en naar, wanneer ik in dat stuk zat buiten mijzelf.
Ik heb nog steeds butsen, triggers en littekens, maar weet dat mijn gezonde zelf gegroeid is, het trauma voor zover ik weet, geheeld en dat ik dit nu achter me kan laten.
Ik kan eindelijk volwassen worden nu het gekwetste innerlijke kind de aandacht heeft gekregen die het nodig had.

De slinkse wegen van dissociatie

Een van de bijzondere gevolgen van een niet genezen trauma, ontstaan in je vroegste jeugd is, dat je allerlei overlevingsstrategieen ontwikkelt en sublimeert zodat ze nog tientallen jaren je leven blijven bepalen, ook al is het gevaar uit je jeugd allang voorbij en doen de strategieën in veilige omstandigheden meer kwaad dan goed.

Maar toch: dankzij die slimmigheden van je geest heb je overleefd en leef je nog steeds. Bij deze dus een eerbetoon aan de overlevingsstrategie.

Even een korte terugblik: Het allereerste trauma ligt nu alweer 52 jaar achter me, ik heb een paar jaar geleden intensieve therapie gehad en oude, nog steeds levende gebeurtenissen verwerkt. Natuurlijk blijven de littekens, de gevoeligheden en kan ik soms nog flink boos of verdrietig worden, maar toch: er is meer geïntegreerd, de blokkade tussen mij en de wereld (=leven alsof ik een alien ben) is veel minder heftig nu.

Toch merkte ik dat ik bleef rondcirkelen in ingeslepen mechanismen en spanningen die mij kwaad doen. En die zorgden ervoor dat ik afgelopen najaar weer in een burn-out terechtkwam. Dit keer een heftige. Met hartproblemen. Dat had ik nog nooit gehad. Mijn persoonlijke geschiedenis laat zien dat ik elke 4 of 5 jaar zwaar overspannen word/ in een burn-out raak. Dat mijn hart nu ook ging meedoen, was nieuw en naar.
En dat voor een gitaardocent die ontspannen als basis van fijn musiceren leert. Mijn persoonlijke zwakke punt als speerpunt van mijn werk: met een PTSS die al veel te lang heeft geduurd.

Eerst hartonderzoek: gelukkig doet mijn hart het goed. Geen defect. En allerlei andere onderzoeken: met mijn gezondheid is niets mis. Toch die eindeloze moeheid, gebrek aan energie en een hart dat raar klopt.
Volledig uitgeput, omdat ik grenzen nog steeds niet voel en daar stelselmatig over heen ga?

Ik kreeg advies van de huisarts om haptotherapie te volgen. Omdat ik in gesprekken meesterlijk kan vermijden en meer wil voelen: wat gebeurt er met mij op een dieper niveau dan mentaal, waardoor ik blijf herhalen wat ik al bijna mijn hele leven doe.

De sessies hebben mij in korte tijd belangrijk inzicht gegeven waar ik niet omheen kan, omdat ik het gevoeld heb in mijn lijf.
Ik heb ervaren tijdens sessies dat ik heel sensitief ben, maar leef als een bouwvakker, doe mezelf geweld aan.
Ik heb geleerd, gezien en ervaren dat er veel manieren van dissociëren(= wegvliegen uit het hier en nu) zijn en dat ikzelf bedreven ben in een heel palet.
Ik kan dissociëren in druk zijn, maar ook in vermoeidheid, of in nadenken, of in spelletjes doen, van alles uitzoeken op de iPad.
Alsof ik mezelf niet toesta hier en nu te zijn, op deze plek, in dit leven.
Ik durf niet goed mezelf te voelen, in contact met anderen.
Ik let zo goed op de signalen van de ander (is het veilig, wat heeft de ander nodig zich goed te voelen?) dat ik het contact met mijzelf kwijtraak. Door zo intensief naar de ander gericht te zijn, vind ik het heel moeilijk de richting van mijn energie weer om te keren naar mezelf, wanneer de mogelijkheid er is. Leef nog steeds in een alarmfase waarin veiligheid scheppen het primaire doel is.

Het gevolg is innerlijke verwaarlozing, dat zich uit in een gevoel alsof ik een lege huls ben. Een verlaten huis, slordig achtergelaten door de bewoner.

Voor alle duidelijkheid: dit gebeurt niet expres, maar zijn onbewuste processen.

In dromen en nachtmerries is dit beeld vaak naar voren gekomen: ik vlucht uit huis, door een raam, omdat moordenaars aan de deur kloppen. Of: ik zit eenzaam buiten en heb geen plek.

In dit licht bezien is het ook niet zo gek dat ik regelmatig overspannen wordt. Uitputting door teveel naar buiten gericht te zijn en niet voor mijn eigen leven kunnen zorgen, omdat er nog steeds op een onbewust niveau gevaar gevreesd wordt. Het drama van PTSS. Door de lange duur en de gewoonte ingeslepen, verfijnd en bijna onherkenbaar.

Het was voor mij een bevrijdende ontdekking: O, dat is er. Die angst, die gewoonte het contact met mezelf te verliezen. Meer bevrijdend dan schokkend. De ravage die het heeft aangericht in mijn leven, die ken ik nu wel. Het zij zo.

De kunst is nu om als volwassen ik, mijn kleine ik bij de hand te nemen, de kinderangsten onder ogen te zien en samen de krokodil onder het bed, de enge man aan de deur, te verjagen of gewoon te zien dat die er niet meer is. En mijn leven te bevestigen: je hebt een plek gekregen in deze wereld, anders zou je er niet zijn. Ga daar gewoon staan, op die plek, als jezelf.

Gelukkig ben ik heel groot, al heel lang volwassen en heb ik tientallen kindertjes groot en klein geholpen bij allerlei angsten.
Zal het bij mezelf ook lukken? Het begint bij voelen, het lijntje met mijn basis(onderbuik, billen) vast te houden en woorden te oefenen om mijn grenzen, wensen en behoeften aan te (durven) geven, die om te zetten in concrete stappen en te ervaren dat ik niet word vermalen, opgegeten, uitgelachen, vernietigd, in de steek gelaten wanneer ik dat doe.. Stap voor stap en woord voor woord.

De kracht van lotgenoten

Dankbaar ben ik, dat ik lotgenoten ken. Voor de rode tent van Hanny Lynch. Voor stichtingen zoals Revief, CELEVT, kunst uit geweld opgericht door Esther Veerman.

Want: natuurljk ben ik blij dat ik leef. De drang naar leven is groot en bijna onverwoestbaar, ook in barre omstandigheden.

Grensoverscheidend gedrag, zoals seksueel misbruik, huiselijk geweld en mishandeling zo verantwoord wordt genoemd, heeft grote gevolgen voor je leven.

Ik weet er van alles van.
Het heeft invloed op alles (lees hier het boek met die titel).
Hoe je je voelt, hoe je prestaties op school zijn, hoe gezond je bent, hoe je met seksualiteit omgaat, welke partner je kiest, of je het geweld kunt stoppen, je gevoel van eigenwaarde, hoe je je kinderen opvoed, enzovoorts.

Contact met lotgenoten is belangrijk en helend. Je kunt open spreken, je wordt begrepen, je herkent je in verhalen van anderen, je ziet hun pijn die ook jouw pijn is.
Vergeten herinneringen komen boven en krijgen een plek. De puzzelstukjes van je leven vormen steeds meer een samenhangend geheel.

Dit is steunend en helend. En, je zou het niet zeggen omdat tijdens contact toch heel moeilijke onderwerpen gedeeld worden, je wordt er vrolijk en levenslustig van.

Na alle therapieën die ik gevolgd heb, het uitbehandeld zijn, blijven toch de wonden van mijn leven: de ongezonde keuzes, de gevolgen die zij hebben op mijn leven, mijn werk, mijn gezondheid, mijn financiële situatie, mijn relaties, mijn kinderen.
En de gewoontes die zijn ingeslepen na 50 jaar leven met PTSS zijn ook niet een twee drie weg te poetsen.
Dat is soms moeilijk te accepteren. Contact met lotgenoten helpt echt. Ik ben er gezonder door geworden. Letterlijk, fysiek. Gevolg van het praten over de blokkades die ik had omtrent onderzoeken.

Ik krijg weer hoop en voel me met recht dankbaar. Dankzij die dappere mensen die opstaan tegen geweld ondanks dat het zo’n pijn doet, die hun gekwetste ziel openstellen voor anderen zodat zij ook moed krijgen Het Geheim te delen, uit de ellende te stappen en de weg naar heling in te slaan.

Hoe wil je je voelen?

Hoe wil je je voelen?

Vandaag werd mij de vraag gesteld: ‘hoe wil je je voelen?’
Dit deed me schrikken: hoe wil ik me voelen… Niet: ‘wat wil je doen’, of: ‘wat wil je bereiken’, of: ‘wat vind je belangrijk’, maar: ‘hoe wil je je voelen?’

Ok, dacht ik, dat ga ik onderzoeken.
Na de koffie stapte ik in de auto, op weg naar Leiden waar ik een les zou gaan geven. En daar, op de A4, midden op het Prins Clausplein gebeurde het: ik werd overspoeld door iets… Emoties, geen verdriet of woede, maar een schreeuw. Ik begon te schreeuwen in de auto. Het was niet te stoppen. En het was eng, want ik reed op de snelweg. Mijn waarneming van wat er gebeurde was niet de werkelijkheid. Ik had het gevoel dat ik heel langzaam reed en dat de auto’s voor mij bijna stil stonden. Ondertussen reed ik bijna 120 km en de anderen dik 100 km.

Tegen de tijd dat ik in Leiden aankwam was het schreeuwen gestopt. Ik was van slag. Voelde veel tintelende energie, mijn benen voelden raar en ik was duizelig. Op de een of andere manier ben ik aangekomen, heb de les gegeven en ging weer terug.

Later, tijdens de wandeling met de hond, heb ik deze gebeurtenis zo goed als kwaad dat het ging geanalyseerd.
De vraag die ik me stelde was: waarom kwam die schreeuw naar boven en wat betekent die?

Bij de analyse hield ik contact met mijn gevoel. Wat ik nu wel weet is dat mijn lichaam niet liegt. Die weet beter dan mijn hoofd wat er speelt. Dit kwam er uit:

Mijn wil: tijdens die traumatische gebeurtenis nu 51 jaar geleden was het niet handig mijn wil te uiten of zelfs maar te voelen. Mijn wil was levensgevaarlijk. Ik kon toen alleen overleven door mijn wil te bevriezen en de wil van de ander te volgen. De inprenting was: mijn wil zorgt ervoor dat ik sterf, de wil van de ander zorgt voor overleven. Is dit nu zo bewust geweest in mijn leven? Nee, niet echt. Ik herinner me wel veel momenten waarin gevraagd werd naar mijn wil. En dat wist ik dan niet. Ik raakte in de war van die vraag. Vond wat anderen wilden belangrijker terwijl ik wist dat ik dat maar beter niet kon zeggen omdat dat raar is. Vond wel manieren om via een omweg mijn wil te realiseren, maar de openlijke confrontatie van de wil, zoals die normaliter tijdens de pubertijd plaatsvindt, heb ik nooit gekend. Ik vermeed altijd de confrontatie. Soms, wanneer twee mensen iets totaal anders van mij wilden, raakte ik in paniek: dit kon ik niet oplossen. Een open wond werd het: het onvermogen de eigen wil onbekommerd te voelen en te herkennen in relatie met anderen. Op relationeel, professioneel of seksueel vlak: wat wil ik? Geen idee, ik kan me heel volgzaam opstellen.

In dat licht zie ik mijn hang naar eenzaamheid, aan alleen zijn: dan hoor ik minder de wil van anderen en kan ik me rustiger voelen en ontspannen. Hoef dan niet zo alert te zijn.

Hoe wil ik me voelen? Ik wil me op mijn gemak voelen terwijl ik me vaak opgejaagd voel. Ik wil me verbonden voelen en voel me vaak eenzaam. Ik wil me geliefd voelen en kamp met een slecht gevoel van eigenwaarde. Ik wil er toe doen en voel me vaak nutteloos: iemand die makkelijk uitgewist kan worden, vergeten, onbelangrijk.
De vraag naar mijn wil zorgt voor een clash aan gevoelens in mij. Brengt me in verwarring en zorgt voor onrust.

Dat is wat trauma doet: je hebt geen idee dat je nog in trauma-tijd leeft en dat de dader nog aanwezig is in van alles. Ik wist niet bewust dat ik zo’n probleem had met het voelen van mijn wil. De wil van anderen (kinderen, partner, leerlingen, leidinggevenden) stelde ik onbewust hoger dan mijn wil. Trauma-tijd: de overtuiging dat mijn wil gevaarlijk is te volgen. Terwijl de gebeurtenis al 51 jaar achter mij ligt. Terwijl het nu veilig is te willen, mijn wil te voelen, te leven zoals ik bedoeld ben. Het is niet gevaarlijk meer. De trauma-tijd kan ik achter me laten. Ik mag willen. Trauma is als een slang. Heeft met alles te maken, beïnvloed alle aspecten van je leven als een onzichtbare hand die je stuurt.
Wordt het zichtbaar, dan weet je pas dat het er is.
Zoals vandaag.
Ik moest schreeuwen. Toen, 51 jaar geleden, wilde ik dat ook. Maar toen kon het niet want dan zou ik niet overleven.

De schreeuw is mijn wil, mijn protest, mijn kracht.
Te schreeuwen is als het vallen in een onbekend, diep gat. Welke repercussies komen er?
Tot nu toe niets. Het was veilig om te schreeuwen in de auto. En de dader was daar niet.

Hoe wil ik me voelen?

Om met Pippi Langkous te spreken: ik heb het nooit gedaan dus denk ik dat ik het wel kan.
Mijn wil voelen.

De andere vraag die bij me opkomt is: heb ik niet geleefd, zonder die wil, is het tot nu toe nutteloos geweest?
Gelukkig is dat niet zo. Doordat mijn eigen wil onderdook in contact met anderen was ik bijvoorbeeld in staat veel leerlingen te helpen die verlegen waren en ook moeite hadden met voelen wat ze wilden. Ik walste niet over hen heen en heb zo een bijdrage geleverd aan hun zelfvertrouwen en ontwikkeling. Deze vaardigheid is een waardevolle tweede natuur geworden. Ik kan zonder ergernis, met liefde ruimte geven aan de persoonlijkheid van de ander. Dit blijf ik ook zeker doen. Nu ga ik ook leren mijzelf ruimte te geven, ook in contact met anderen.

Geboren voor geluk

Onlangs zat ik een beetje te spelen op mijn iPad en al surfend kwam ik op een aanbieding: gratis jaarhoroscoop. Omdat er weer van alles verandert in mijn leven was ik toch nieuwsgierig en heb die aangevraagd.
Een dag later zat de mini-reading in mijn mailbox.
Iets in het bericht integreerde me bovenmate:
Er stond: ‘je sterren staan vanaf je geboorte goed, maar door invloeden van buiten, waar je geen invloed op hebt gehad, is je leven moeilijk en vol problemen geweest. Je bent geboren voor geluk, maar het is alsof een grote zwarte hand je weerhoudt dat te leven.’

Dat klopt. Maar, ben ik daar uniek in?

Als ik zo naar verhalen van anderen luister geldt deze uitspraak voor velen van ons.
Ieder mens is geboren om te leven zoals die bedoeld is, maar het leven doet zonder genade dingen met je die je beschadigen waardoor het heel moeilijk is je levensdoel (en dat is voor mij de definitie van geluk) te vinden.

Dit bericht bracht mij ertoe mijn leven in een perspectief te zetten van geluk: ik heb veel meegemaakt: ongelukken, ziekte, geweld, verkrachting, eenzaamheid, bedrog, vernedering, vervreemding, en al ben ik tot een bepaalde bodem gegaan hierin, toch was er altijd ergens onverwachts hulp. Ik herkende het niet altijd als hulp. Met hulp bedoel ik: iets of iemand die op je pad komt waardoor je kracht en moed vindt om verder te gaan of de zaak van een andere kant te bekijken.

Zoals:
Mijn zeer alerte moeder die mij in een afgelegen dorpje adequate hulp gaf nadat ik als baby’tje uit de kinderwagen was gerold en mijn gezicht helemaal beschadigd was. Geen littekens aan overgehouden.

Op gitaarles gaan, i.p.v. op orgelles. Dat wilde ik eerst, de orgelles, leek me prachtig. Er was geen plaats bij een leraar in ons dorp, maar omdat mijn broer van gitaarles af ging, kon ik daar wel terecht. Wat ben ik daar nu blij mee. Gitaar past zoveel beter bij mij dan orgel.

Opgroeien in een ruim huis met veel tuin en poezen. Daar heb ik de verbondenheid met de aarde ervaren, met alles wat leeft, de kracht van de wind, de lucht, de aarde, het leven. Ik kon daar alleen zijn in verbondenheid. Niet eenzaam.

Een vader die van zeilen houdt, en ons meenam met die gekke platbodem van 7 meter naar Denemarken, over zee, over rivieren, kanalen. Daarom heb ik nog steeds die boot en kan elke zomer alle stress van een druk jaar daar loslaten.

De groep lotgenoten die mij steunt in het proces van heling.

Zo kan ik nog wel een dag doorgaan wanneer ik alles ga opnoemen wat me geluk heeft gebracht.

Wat ik bemerk is dat het me heel blij maakt dit voluit te zien en niet blijf hangen in gevoelens van gemis, falen, verdriet. Het geeft veel energie en vertrouwen in mezelf.
Door deze kant eens voluit te zien, wordt mijn levensdoel opeens ook meer zichtbaar.

Een levensdoel zit toch meer in het geluk dan in het ongeluk. Zit meer in de ontspanning, waardoor je goed kunt ademen (levensadem) en loslaten wat niet bij je hoort, dan in spanning en valse wil.
Waardoor je de juiste beslissingen kunt nemen vanuit je levensgevoel en niet vanuit stress en paniek.
Waardoor je leert vertrouwen op je levensgevoel dat begint bij de waarneming van je adem en je lijf.
Zolang je leeft. Levensadem. Dwars door alles wat aan het licht komt: adem, dwars door ziekte en pijn: adem.

Zo wordt jij geboren.

Wie is het waard?

Op mijn voorlaatste blog (is zwijgen goud) kreeg ik één reactie die me aan het denken zette: ‘delen, maar dan wel met mensen die je vertrouwen waard zijn.’

Hoe fijn zou het zijn als dat zou kunnen: delen met degenen die je vertrouwen waard zijn. De ervaring leert dat dat nog niet zo eenvoudig is. Er zitten meerdere kanten aan die ideale situatie en die vragen een benadering van om-denken.

Voordat ik na 48 jaar min of meer zwijgen echt naar buiten kwam met mijn verhaal, had ik het een aantal keren gedeeld: met verschillende therapeuten, met een vriend, met een familielid. Allemaal mensen die je vertrouwen waard zijn, toch?

De therapeuten hoorden mijn verhaal aan en waren er toch van overtuigd dat mijn problemen niets te maken konden hebben met mijn misbruik verleden. Ofwel het misbruik zou een gevolg zijn van een dieperliggend probleem, ofwel mijn problemen waren heel anders dan die ontstaan na misbruik. Ondertussen weet ik wel beter, toen geloofde ik mijn therapeuten en was stiekem ook wel een beetje opgelucht dat we het daar niet over hoefden te hebben.

De vriend gedroeg zich als een echte vriend: hij kwam naar me toe, ik huilde zijn zakdoek vol en daarna gaf hij me een boterham. Door deze gebeurtenis begon er een lichtje te branden in mij: hee, mijn verdriet dat zo onbegrepen en kwetsbaar voelt, is iets waard. Deze vriend kwam speciaal naar mij toe om het serieus te nemen en me bij te staan. Meestal kruip ik weg in eenzaamheid en kom er pas weer uit wanneer het voorbij is. Deze daad van echte vriendschap was een openbaring.

Het familielid belde ik huilend op. Hij wist niet wat hij ermee aan moest en kwam niet verder dan: ‘o, o, o’. Toen was het erg. Ik sloot mezelf af, ervan overtuigd dat ik het alleen moest oplossen en dat niemand het waard vond naar mijn verhaal te luisteren. Toch heb ik er geen oordeel over. Soms gaat dat zo. Het ongemak en onvermogen met zulk onbekend verdriet om te gaan.

In 2011/2012 kwam het misbruik in de kerk in het nieuws. Openhartige verhalen in de krant, op de televisie, op de radio van mensen die als kind misbruikt waren. Zoveel herkenning in de gevolgen. Ik kon alleen maar beamen: dit heb ik ook, ja, dat ook, nu je het zegt, ja, o, ik ben dus niet gek. Zou het toch zo zijn dat het oeroude misbruik zoveel kapot heeft gemaakt in mijn leven?

Verhalen van mensen die het deelden aan iedereen, niet alleen aan mensen die het waard zijn. Maar misschien ook weer wel.
Was mijn therapeut het waard? Die schatte het verkeerd in. Het familielid kon het niet aan.
Wat betekent dat: het waard zijn?

Ik, als lezer van de krant, begreep onmiddellijk de verhalen en ze hebben mijn leven veranderd.
Eerst stortte ik in in de vorm van een burn-out, daarna publiceerde ik mijn gedichtenbundel, vertelde het mijn zus, mijn kinderen, mijn ouders en broers en werd door de huisarts ernstig toegesproken: ‘ga in therapie!’ (daar had ik helemaal geen zin meer in, toch gedaan), kwam in contact met stichting kunst uit geweld, deed mee aan exposities, kwam in contact met lotgenoten via de rode tent van Hanny Lynch en verkeer met ups en downs in steeds betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ik krijg mijn leven weer terug.
Door het openbaar te delen komt het terecht bij iedereen: bij verkeerde mensen en bij mensen die er op wachten, misschien omdat er in hun omgeving niemand is die er oor voor heeft. In het beste geval uit onvermogen, vaak ook uit zelfbehoud: dan is ontkennen makkelijk.( Helaas pindakaas voor degene met het trauma: die staat weer in de kou en als het een beetje tegenzit krijgt die ook nog de schuld van b.v. ruzie in de familie.)

Dankzij mensen die wel de openbaarheid zoeken, zich tegenover Jan en alleman kwetsbaar durven opstellen krijg ik mijn leven weer terug. Ik geef het stokje graag door en zoek ook zelf de openbaarheid zodat steeds weer opnieuw wordt gezegd:
ik heb niets om me voor te schamen, ik was een kind dat wandelde in Gods vrije wereld en werd ernstig beschadigd door een jongeman. Ik was niet de enige. Die dingen gebeuren nog steeds en hoe gaan we daarmee om? Het is tijd de wonden te laten helen in de frisse lucht i.p.v. te laten etteren in het verborgene.

Mijn respect voor iedereen die zo kwetsbaar en krachtig deelt in het openbaar met als doel: heling.

Uit liefde.

Zelfzorg

Zelfzorg

Zorgen voor jezelf. Ik heb daar een hele geschiedenis mee. Ik ken weinig mensen die zo hard zijn voor zichzelf als ikzelf. Wat ik ook doe, de interne criticus maakt er gehakt van, er is weinig goed aan en goed genoeg is het al helemaal niet. Verlammend.
Neem nu een onderdeel van zelfzorg: zorg voor je lijf. Ik eet gezond. Ik beweeg genoeg, ben niet mismaakt en de laatste tijd, wonder, o wonder, begin ik blij te worden met mezelf. Dat is echt anders geworden, het afgelopen jaar. Ik ben er blij mee en heb onderweg een aantal dingen ontdekt en ervaren die ik graag met je wil delen.

Mijn verhaal

Vanaf mijn pubertijd ben ik heel kritisch t.o.v. mijn lichaam. Wanstaltig dik, vond ik het. Ook al had ik maatje 36, woog 58 kg bij een lengte van 1.78. Durfde niet naar buiten met strakke kleding.
Toen ik ging studeren ben ik een tijdje heel dik geweest. Eetbuien tot ik misselijk was en moest overgeven. Er was duidelijk iets niet in orde met mij, psychisch, maar ik durfde niet aan de bel te trekken. Ik die tijd was het niet zo geaccepteerd naar een psycholoog te gaan. Het was de tijd van de film: ‘one flew over the cuckoo’s nest’ , psychiatrie was doodeng.
Na het dik-zijn werd ik weer dun, ging trouwen en kreeg een kind. Wonder o wonder: uit mijn kapotte lijf (zo dacht iemand binnen in mij over mezelf) een gezond en blakend kind. Het gaf me wat zelfvertrouwen.

Afgelopen voorjaar was ik de interne criticus helemaal zat. Telkens wanneer ik iets ging doen wat goed voor me was, gingen de metertjes draaien: zoveel vitaminen, zoveel calorieën, zoveel meer of minder moeten het er zijn. En dat haal ik niet, hou ik niet vol. Ondertussen bleef ik pendelen tussen gezond zijn en ziekte (overbelasting, kun je het ook noemen) . Bleef ondanks alle goede voeding, diëten, pijn houden in mijn buik terwijl er lichamelijk volgens onderzoeken niets mis was. Prikkelbare darm. Moet je mee leren leven. Nou… Soms na een dag lesgeven liep ik krom van de buikpijn naar de auto. Daar ontspande ik wat en na een nacht slapen was het weer over. En de volgende dag gebeurde hetzelfde. Maar soms ook niet. Waarom wel, waarom niet? Een raadsel.

Ik ben begonnen met het masseren van mijn buik. Iedere ochtend, iedere avond. Met massageolie. Ik dacht: een kind dat huilt geef je aandacht, dit is nu mijn buik die aandacht vraagt. Stop de kritiek en luister, geef aandacht. Zelfzorg. Het deed me goed.
Ik ben gestopt met sporten. Geef buikspieroefeningen, geen work-outs. Zodra ik daarmee begon, gingen de radertjes in mijn hoofd draaien: dikke buik, calorieën, centimeters, kilo’s, … En nooit eens positief, altijd met afwijzing en gevoel van tekort. Dan maar niet sporten. Ik wil de interne kritiek niet meer horen.

Toen werd het zomer. Lekker op de boot, in Ouddorp. Zwemmen in het zoute water, wandelen, zeilen, en….koud douchen. In een jachthaven kun je warm douchen als je een 50 eurocent muntje bij je hebt. Die vergat ik bijna altijd, of ik had het niet. Het koude douchen deed me goed, na een bibberige week (‘o, mijn hart kan het niet aan, wat koud…’) begon ik ervan te genieten. Het frisse gevoel erna, van top tot teen levend, barstensvol zuurstof en energie, bloedsomloop die zorgt dat spierpijn verdwijnt en een fijn gevoel geeft in je lijf.

Na de vakantie, in september gingen Gonda en ik de boot terugbrengen naar Delft. Op de tweede dag voeren we van het Haringvliet de rivier Het Spui op. Er stond meer wind dan verwacht. De zeilen stonden bol en er was een aardige golfslag bij het binnenlopen van de rivier. Eerst wind tegen, toen een flinke draai en met wind van achteren zo de monding op. Zon, zeilen bol, boot golfje op, golfje af. Wat een fijn gevoel gaf dat…..in mijn buik. Ik voelde het plezier van de beweging. Het was fijn. Mijn lichaam bewoog mee met het deinen van de boot, loslaten, aanspannen, heen en weer. Geen criticus, geen tekort, geen afwijzing, pure levensvreugde.

Het is nu januari. Na de zomervakantie heb ik erover nagedacht hoe ik die ervaringen van de vakantie kon integreren en mijn dagelijkse leven thuis.
Ik ben doorgegaan met koud douchen . Nog steeds moet ik in de ochtend, zo warm uit bed, even over een drempel heen, maar ik kan het eigenlijk niet meer missen. Het brengt me meteen in mijn lijf, ik haal goed en diep adem en ben daarna heerlijk fris en geaard.
Ik ben begonnen met roeien. Niet in het water, maar op zo’n apparaat. Die stond jaren werkloos in de slaapkamer. Ik dacht : de oplossing staat voor mijn neus! Eerst maar de display uitgezet. Ik ben niet geïnteresseerd hoeveel km ik roei, hoeveel calorieën ik verbrand of hoelang ik bezig ben. Het is geen wedstrijd. Het doel is: mijn lijf voelen en er goed voor zorgen. Het is heerlijk zo de dag te beginnen. De voorwaarde is wel dat ik iedere controle uitzet. Niet meet hoelang ik bezig ben of hoever ik roei. Soms is alleen het voelen genoeg, soms wil ik iets verder dan comfortabel is om mijn ruimte te vergroten.

Voor het eerst sinds mijn werkzame leven ben ik niet meer ziek geweest tot de kerstvakantie. Het is goed voor mijn lijf.

Soms is het confronterend. In mijn lijf zitten ook onaangename emoties vast. Door te bewegen komen die los. Soms zit ik huilend te roeien. Vorige maand kwam woede vrij. De schil van verdediging om te overleven, die jaren geleden uit noodzaak is aangelegd, weekt los. Ik word gevoeliger, opener. Tegelijkertijd ervaar ik mijn lijf vaker positief, zonder kritiek, stroomt er iets van geluk. Soms zoveel dat ik het niet aankan.

In een lijf zit zoveel herinnering. Door dat los te kunnen laten en te bevrijden komt ook je liefde voor jezelf, je authentieke levensvreugde en kracht, je vermogen tot leven en liefhebben weer vrij.

Loslaten gaat niet in dwang, maar gebeurt door ontspanning. Alles wat ontspant is goed.

Ik wens je veel ontspanning toe.
En, fijn als je reageert!