Tagarchief: Misbruik

De kracht van lotgenoten

Dankbaar ben ik, dat ik lotgenoten ken. Voor de rode tent van Hanny Lynch. Voor stichtingen zoals Revief, CELEVT, kunst uit geweld opgericht door Esther Veerman.

Want: natuurljk ben ik blij dat ik leef. De drang naar leven is groot en bijna onverwoestbaar, ook in barre omstandigheden.

Grensoverscheidend gedrag, zoals seksueel misbruik, huiselijk geweld en mishandeling zo verantwoord wordt genoemd, heeft grote gevolgen voor je leven.

Ik weet er van alles van.
Het heeft invloed op alles (lees hier het boek met die titel).
Hoe je je voelt, hoe je prestaties op school zijn, hoe gezond je bent, hoe je met seksualiteit omgaat, welke partner je kiest, of je het geweld kunt stoppen, je gevoel van eigenwaarde, hoe je je kinderen opvoed, enzovoorts.

Contact met lotgenoten is belangrijk en helend. Je kunt open spreken, je wordt begrepen, je herkent je in verhalen van anderen, je ziet hun pijn die ook jouw pijn is.
Vergeten herinneringen komen boven en krijgen een plek. De puzzelstukjes van je leven vormen steeds meer een samenhangend geheel.

Dit is steunend en helend. En, je zou het niet zeggen omdat tijdens contact toch heel moeilijke onderwerpen gedeeld worden, je wordt er vrolijk en levenslustig van.

Na alle therapieën die ik gevolgd heb, het uitbehandeld zijn, blijven toch de wonden van mijn leven: de ongezonde keuzes, de gevolgen die zij hebben op mijn leven, mijn werk, mijn gezondheid, mijn financiële situatie, mijn relaties, mijn kinderen.
En de gewoontes die zijn ingeslepen na 50 jaar leven met PTSS zijn ook niet een twee drie weg te poetsen.
Dat is soms moeilijk te accepteren. Contact met lotgenoten helpt echt. Ik ben er gezonder door geworden. Letterlijk, fysiek. Gevolg van het praten over de blokkades die ik had omtrent onderzoeken.

Ik krijg weer hoop en voel me met recht dankbaar. Dankzij die dappere mensen die opstaan tegen geweld ondanks dat het zo’n pijn doet, die hun gekwetste ziel openstellen voor anderen zodat zij ook moed krijgen Het Geheim te delen, uit de ellende te stappen en de weg naar heling in te slaan.

Geboren voor geluk

Onlangs zat ik een beetje te spelen op mijn iPad en al surfend kwam ik op een aanbieding: gratis jaarhoroscoop. Omdat er weer van alles verandert in mijn leven was ik toch nieuwsgierig en heb die aangevraagd.
Een dag later zat de mini-reading in mijn mailbox.
Iets in het bericht integreerde me bovenmate:
Er stond: ‘je sterren staan vanaf je geboorte goed, maar door invloeden van buiten, waar je geen invloed op hebt gehad, is je leven moeilijk en vol problemen geweest. Je bent geboren voor geluk, maar het is alsof een grote zwarte hand je weerhoudt dat te leven.’

Dat klopt. Maar, ben ik daar uniek in?

Als ik zo naar verhalen van anderen luister geldt deze uitspraak voor velen van ons.
Ieder mens is geboren om te leven zoals die bedoeld is, maar het leven doet zonder genade dingen met je die je beschadigen waardoor het heel moeilijk is je levensdoel (en dat is voor mij de definitie van geluk) te vinden.

Dit bericht bracht mij ertoe mijn leven in een perspectief te zetten van geluk: ik heb veel meegemaakt: ongelukken, ziekte, geweld, verkrachting, eenzaamheid, bedrog, vernedering, vervreemding, en al ben ik tot een bepaalde bodem gegaan hierin, toch was er altijd ergens onverwachts hulp. Ik herkende het niet altijd als hulp. Met hulp bedoel ik: iets of iemand die op je pad komt waardoor je kracht en moed vindt om verder te gaan of de zaak van een andere kant te bekijken.

Zoals:
Mijn zeer alerte moeder die mij in een afgelegen dorpje adequate hulp gaf nadat ik als baby’tje uit de kinderwagen was gerold en mijn gezicht helemaal beschadigd was. Geen littekens aan overgehouden.

Op gitaarles gaan, i.p.v. op orgelles. Dat wilde ik eerst, de orgelles, leek me prachtig. Er was geen plaats bij een leraar in ons dorp, maar omdat mijn broer van gitaarles af ging, kon ik daar wel terecht. Wat ben ik daar nu blij mee. Gitaar past zoveel beter bij mij dan orgel.

Opgroeien in een ruim huis met veel tuin en poezen. Daar heb ik de verbondenheid met de aarde ervaren, met alles wat leeft, de kracht van de wind, de lucht, de aarde, het leven. Ik kon daar alleen zijn in verbondenheid. Niet eenzaam.

Een vader die van zeilen houdt, en ons meenam met die gekke platbodem van 7 meter naar Denemarken, over zee, over rivieren, kanalen. Daarom heb ik nog steeds die boot en kan elke zomer alle stress van een druk jaar daar loslaten.

De groep lotgenoten die mij steunt in het proces van heling.

Zo kan ik nog wel een dag doorgaan wanneer ik alles ga opnoemen wat me geluk heeft gebracht.

Wat ik bemerk is dat het me heel blij maakt dit voluit te zien en niet blijf hangen in gevoelens van gemis, falen, verdriet. Het geeft veel energie en vertrouwen in mezelf.
Door deze kant eens voluit te zien, wordt mijn levensdoel opeens ook meer zichtbaar.

Een levensdoel zit toch meer in het geluk dan in het ongeluk. Zit meer in de ontspanning, waardoor je goed kunt ademen (levensadem) en loslaten wat niet bij je hoort, dan in spanning en valse wil.
Waardoor je de juiste beslissingen kunt nemen vanuit je levensgevoel en niet vanuit stress en paniek.
Waardoor je leert vertrouwen op je levensgevoel dat begint bij de waarneming van je adem en je lijf.
Zolang je leeft. Levensadem. Dwars door alles wat aan het licht komt: adem, dwars door ziekte en pijn: adem.

Zo wordt jij geboren.

Wie is het waard?

Op mijn voorlaatste blog (is zwijgen goud) kreeg ik één reactie die me aan het denken zette: ‘delen, maar dan wel met mensen die je vertrouwen waard zijn.’

Hoe fijn zou het zijn als dat zou kunnen: delen met degenen die je vertrouwen waard zijn. De ervaring leert dat dat nog niet zo eenvoudig is. Er zitten meerdere kanten aan die ideale situatie en die vragen een benadering van om-denken.

Voordat ik na 48 jaar min of meer zwijgen echt naar buiten kwam met mijn verhaal, had ik het een aantal keren gedeeld: met verschillende therapeuten, met een vriend, met een familielid. Allemaal mensen die je vertrouwen waard zijn, toch?

De therapeuten hoorden mijn verhaal aan en waren er toch van overtuigd dat mijn problemen niets te maken konden hebben met mijn misbruik verleden. Ofwel het misbruik zou een gevolg zijn van een dieperliggend probleem, ofwel mijn problemen waren heel anders dan die ontstaan na misbruik. Ondertussen weet ik wel beter, toen geloofde ik mijn therapeuten en was stiekem ook wel een beetje opgelucht dat we het daar niet over hoefden te hebben.

De vriend gedroeg zich als een echte vriend: hij kwam naar me toe, ik huilde zijn zakdoek vol en daarna gaf hij me een boterham. Door deze gebeurtenis begon er een lichtje te branden in mij: hee, mijn verdriet dat zo onbegrepen en kwetsbaar voelt, is iets waard. Deze vriend kwam speciaal naar mij toe om het serieus te nemen en me bij te staan. Meestal kruip ik weg in eenzaamheid en kom er pas weer uit wanneer het voorbij is. Deze daad van echte vriendschap was een openbaring.

Het familielid belde ik huilend op. Hij wist niet wat hij ermee aan moest en kwam niet verder dan: ‘o, o, o’. Toen was het erg. Ik sloot mezelf af, ervan overtuigd dat ik het alleen moest oplossen en dat niemand het waard vond naar mijn verhaal te luisteren. Toch heb ik er geen oordeel over. Soms gaat dat zo. Het ongemak en onvermogen met zulk onbekend verdriet om te gaan.

In 2011/2012 kwam het misbruik in de kerk in het nieuws. Openhartige verhalen in de krant, op de televisie, op de radio van mensen die als kind misbruikt waren. Zoveel herkenning in de gevolgen. Ik kon alleen maar beamen: dit heb ik ook, ja, dat ook, nu je het zegt, ja, o, ik ben dus niet gek. Zou het toch zo zijn dat het oeroude misbruik zoveel kapot heeft gemaakt in mijn leven?

Verhalen van mensen die het deelden aan iedereen, niet alleen aan mensen die het waard zijn. Maar misschien ook weer wel.
Was mijn therapeut het waard? Die schatte het verkeerd in. Het familielid kon het niet aan.
Wat betekent dat: het waard zijn?

Ik, als lezer van de krant, begreep onmiddellijk de verhalen en ze hebben mijn leven veranderd.
Eerst stortte ik in in de vorm van een burn-out, daarna publiceerde ik mijn gedichtenbundel, vertelde het mijn zus, mijn kinderen, mijn ouders en broers en werd door de huisarts ernstig toegesproken: ‘ga in therapie!’ (daar had ik helemaal geen zin meer in, toch gedaan), kwam in contact met stichting kunst uit geweld, deed mee aan exposities, kwam in contact met lotgenoten via de rode tent van Hanny Lynch en verkeer met ups en downs in steeds betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ik krijg mijn leven weer terug.
Door het openbaar te delen komt het terecht bij iedereen: bij verkeerde mensen en bij mensen die er op wachten, misschien omdat er in hun omgeving niemand is die er oor voor heeft. In het beste geval uit onvermogen, vaak ook uit zelfbehoud: dan is ontkennen makkelijk.( Helaas pindakaas voor degene met het trauma: die staat weer in de kou en als het een beetje tegenzit krijgt die ook nog de schuld van b.v. ruzie in de familie.)

Dankzij mensen die wel de openbaarheid zoeken, zich tegenover Jan en alleman kwetsbaar durven opstellen krijg ik mijn leven weer terug. Ik geef het stokje graag door en zoek ook zelf de openbaarheid zodat steeds weer opnieuw wordt gezegd:
ik heb niets om me voor te schamen, ik was een kind dat wandelde in Gods vrije wereld en werd ernstig beschadigd door een jongeman. Ik was niet de enige. Die dingen gebeuren nog steeds en hoe gaan we daarmee om? Het is tijd de wonden te laten helen in de frisse lucht i.p.v. te laten etteren in het verborgene.

Mijn respect voor iedereen die zo kwetsbaar en krachtig deelt in het openbaar met als doel: heling.

Uit liefde.

Zelfzorg

Zelfzorg

Zorgen voor jezelf. Ik heb daar een hele geschiedenis mee. Ik ken weinig mensen die zo hard zijn voor zichzelf als ikzelf. Wat ik ook doe, de interne criticus maakt er gehakt van, er is weinig goed aan en goed genoeg is het al helemaal niet. Verlammend.
Neem nu een onderdeel van zelfzorg: zorg voor je lijf. Ik eet gezond. Ik beweeg genoeg, ben niet mismaakt en de laatste tijd, wonder, o wonder, begin ik blij te worden met mezelf. Dat is echt anders geworden, het afgelopen jaar. Ik ben er blij mee en heb onderweg een aantal dingen ontdekt en ervaren die ik graag met je wil delen.

Mijn verhaal

Vanaf mijn pubertijd ben ik heel kritisch t.o.v. mijn lichaam. Wanstaltig dik, vond ik het. Ook al had ik maatje 36, woog 58 kg bij een lengte van 1.78. Durfde niet naar buiten met strakke kleding.
Toen ik ging studeren ben ik een tijdje heel dik geweest. Eetbuien tot ik misselijk was en moest overgeven. Er was duidelijk iets niet in orde met mij, psychisch, maar ik durfde niet aan de bel te trekken. Ik die tijd was het niet zo geaccepteerd naar een psycholoog te gaan. Het was de tijd van de film: ‘one flew over the cuckoo’s nest’ , psychiatrie was doodeng.
Na het dik-zijn werd ik weer dun, ging trouwen en kreeg een kind. Wonder o wonder: uit mijn kapotte lijf (zo dacht iemand binnen in mij over mezelf) een gezond en blakend kind. Het gaf me wat zelfvertrouwen.

Afgelopen voorjaar was ik de interne criticus helemaal zat. Telkens wanneer ik iets ging doen wat goed voor me was, gingen de metertjes draaien: zoveel vitaminen, zoveel calorieën, zoveel meer of minder moeten het er zijn. En dat haal ik niet, hou ik niet vol. Ondertussen bleef ik pendelen tussen gezond zijn en ziekte (overbelasting, kun je het ook noemen) . Bleef ondanks alle goede voeding, diëten, pijn houden in mijn buik terwijl er lichamelijk volgens onderzoeken niets mis was. Prikkelbare darm. Moet je mee leren leven. Nou… Soms na een dag lesgeven liep ik krom van de buikpijn naar de auto. Daar ontspande ik wat en na een nacht slapen was het weer over. En de volgende dag gebeurde hetzelfde. Maar soms ook niet. Waarom wel, waarom niet? Een raadsel.

Ik ben begonnen met het masseren van mijn buik. Iedere ochtend, iedere avond. Met massageolie. Ik dacht: een kind dat huilt geef je aandacht, dit is nu mijn buik die aandacht vraagt. Stop de kritiek en luister, geef aandacht. Zelfzorg. Het deed me goed.
Ik ben gestopt met sporten. Geef buikspieroefeningen, geen work-outs. Zodra ik daarmee begon, gingen de radertjes in mijn hoofd draaien: dikke buik, calorieën, centimeters, kilo’s, … En nooit eens positief, altijd met afwijzing en gevoel van tekort. Dan maar niet sporten. Ik wil de interne kritiek niet meer horen.

Toen werd het zomer. Lekker op de boot, in Ouddorp. Zwemmen in het zoute water, wandelen, zeilen, en….koud douchen. In een jachthaven kun je warm douchen als je een 50 eurocent muntje bij je hebt. Die vergat ik bijna altijd, of ik had het niet. Het koude douchen deed me goed, na een bibberige week (‘o, mijn hart kan het niet aan, wat koud…’) begon ik ervan te genieten. Het frisse gevoel erna, van top tot teen levend, barstensvol zuurstof en energie, bloedsomloop die zorgt dat spierpijn verdwijnt en een fijn gevoel geeft in je lijf.

Na de vakantie, in september gingen Gonda en ik de boot terugbrengen naar Delft. Op de tweede dag voeren we van het Haringvliet de rivier Het Spui op. Er stond meer wind dan verwacht. De zeilen stonden bol en er was een aardige golfslag bij het binnenlopen van de rivier. Eerst wind tegen, toen een flinke draai en met wind van achteren zo de monding op. Zon, zeilen bol, boot golfje op, golfje af. Wat een fijn gevoel gaf dat…..in mijn buik. Ik voelde het plezier van de beweging. Het was fijn. Mijn lichaam bewoog mee met het deinen van de boot, loslaten, aanspannen, heen en weer. Geen criticus, geen tekort, geen afwijzing, pure levensvreugde.

Het is nu januari. Na de zomervakantie heb ik erover nagedacht hoe ik die ervaringen van de vakantie kon integreren en mijn dagelijkse leven thuis.
Ik ben doorgegaan met koud douchen . Nog steeds moet ik in de ochtend, zo warm uit bed, even over een drempel heen, maar ik kan het eigenlijk niet meer missen. Het brengt me meteen in mijn lijf, ik haal goed en diep adem en ben daarna heerlijk fris en geaard.
Ik ben begonnen met roeien. Niet in het water, maar op zo’n apparaat. Die stond jaren werkloos in de slaapkamer. Ik dacht : de oplossing staat voor mijn neus! Eerst maar de display uitgezet. Ik ben niet geïnteresseerd hoeveel km ik roei, hoeveel calorieën ik verbrand of hoelang ik bezig ben. Het is geen wedstrijd. Het doel is: mijn lijf voelen en er goed voor zorgen. Het is heerlijk zo de dag te beginnen. De voorwaarde is wel dat ik iedere controle uitzet. Niet meet hoelang ik bezig ben of hoever ik roei. Soms is alleen het voelen genoeg, soms wil ik iets verder dan comfortabel is om mijn ruimte te vergroten.

Voor het eerst sinds mijn werkzame leven ben ik niet meer ziek geweest tot de kerstvakantie. Het is goed voor mijn lijf.

Soms is het confronterend. In mijn lijf zitten ook onaangename emoties vast. Door te bewegen komen die los. Soms zit ik huilend te roeien. Vorige maand kwam woede vrij. De schil van verdediging om te overleven, die jaren geleden uit noodzaak is aangelegd, weekt los. Ik word gevoeliger, opener. Tegelijkertijd ervaar ik mijn lijf vaker positief, zonder kritiek, stroomt er iets van geluk. Soms zoveel dat ik het niet aankan.

In een lijf zit zoveel herinnering. Door dat los te kunnen laten en te bevrijden komt ook je liefde voor jezelf, je authentieke levensvreugde en kracht, je vermogen tot leven en liefhebben weer vrij.

Loslaten gaat niet in dwang, maar gebeurt door ontspanning. Alles wat ontspant is goed.

Ik wens je veel ontspanning toe.
En, fijn als je reageert!

Geluk in een ongelukkige wereld

December……
Licht, liefde, warmte, gezelligheid.
Deze kerst ben ik niet alleen, samen met partner, kinderen en familie hopen we op een goede tijd.
Het is wel eens anders geweest. En ik weet dat juist deze maand een verschrikkelijke tijd is voor heel veel mensen.

Vluchtelingen die op sandalen ergens de wintermaand proberen te overleven, oorlog, eenzaamheid, ziekte, huiselijk geweld, kinderporno, herinneringen uit een traumatische jeugd die weer gaan leven, juist nu.

Ik sluit mijn ogen niet en luister naar verhalen. Ik word er verdrietig en soms wanhopig van. Wat kan ik anders? Mijn ogen en hart sluiten en het tuincentrum leegkopen? ‘je hebt er niets aan van een afstandje mee te lijden’ ‘Je hebt ook recht op geluk’. Deze uitspraken raken me niet.

Ik ben het er niet mee eens. De wereld is één. Het is een illusie te denken dat je voluit gelukkig kunt zijn wanneer er zoveel onrecht en geweld is in de wereld. Heal the world blijft een icoon van inzicht en liefde voor iedereen die leeft. De realiteit toont dat het nog lang niet zo ver is. Het duurt zo lang….

Wat mij raakte afgelopen week: gevluchte gezinnen in de kou zonder uitzicht op een thuis, een goede vriend uit Irak wiens asielaanvraag is afgewezen (Irak is veilig genoeg), de verhalen over overleefd misbruik en geweld, de eenzaamheid, de rechercheurs uit Twente die de beelden van kinderpornonetwerken doorspitten voor onderzoek en zo de inktzwarte kant van onze veelgeprezen Europese cultuur op hun netvlies krijgen in de vorm van kinderen die gillen van pijn en angst.

Is ieder mens geboren met licht in zich? Soms makkelijk, soms moeilijk te geloven.
Wat gebeurt er als dat licht dooft? Wie dooft dat licht?

Vragen heb ik te over, antwoorden niet zoveel.

In de boeddistische wereld is er een prachtige groet:

Namasté.
‘Ik groet het Goddelijke in je’

Zullen we daarmee beginnen? Het Goddelijke in de ander, ook al is die nog zo anders en begrijp je die totaal niet, groeten?

Ik ga een lichtje laten branden voor mijzelf, voor anderen. Naast de gewone praktische dingen die ik kan doen voor anderen, ben ik vooral stil over zoveel contrasten in deze wereld.
Soms raakt in alle gebrokenheid even de hemel de aarde.

Namasté

Waarom kindermisbruik zo erg is

Vorige week was er de opening van de tentoonstelling: kracht uit geweld in het gemeentehuis van Vriezenveen.
Hier kun je luisteren naar mijn bijdrage aan de opening daarvan en enkele kunstwerken zien.
Remember your Wings II Marie Louise donkerder-2

Als ik denk aan kindermisbruik dan komen er flarden van gedachten in mijn hoofd op als:
‘Vleugellam geslagen Ziel’, of (Herman van Veen):
‘Wie heeft het licht in je ogen gedoofd’.

Vorige week is in onze familie een kindje geboren. Als je die foto’s ziet, dan zie je een volkomen tevreden, glimlachende baby die helder de wereld in kijkt. Een pareltje.

Kinderen leren heel veel wanneer ze opgroeien. Ze nemen alles op wat de buitenwereld geeft. Ze houden van licht en ruimte, van spelen, van fantaseren, dat alles is als voedsel voor de ziel. Ze vergroeien hiermee met hun eigenheid, ze verzamelen veel geestelijke energie voor de volgende stap in hun ontwikkeling en ervaren wat leven is.

Bij kindermisbruik, wordt dat stralende licht gedoofd. Er komen donkere wolken tussen het kind en het heldere licht wat van hem of haar is. Het kan niet meer schijnen. Het kind leert dat het helemaal niet veilig is om te schijnen. Er wordt in de kiem gesmoord wat wil groeien en ontwikkelen.

De dader, het misbruik, de pijn, het overschrijden van grenzen die op jonge leeftijd nog zo heel kwetsbaar zijn, beschadigt een gezonde ontwikkeling, een realistisch zelfrespect en het vermogen het eigen leven op waarde te schatten en de eigen energie als centrum van het eigen leven te stellen. Wat voor mensen met een onbezorgde jeugd volstrekt normaal is wel te doen. En terecht.

Als het misbruik voortduurt, geeft dat ernstige psychische en lichamelijke ziekten. De demonen kennen geen tijd en blijven saboteren. Ze zorgen voor een moeilijk leven waarin het soms een onmogelijke titanenklus is om door te gaan en ‘normaal’ te doen.

Ook relatief eenvoudig misbruik en het overschrijden van de natuurlijke grenzen van een kind kan tot ernstige problemen leiden. Op jonge leeftijd is de seksualiteit van een kind een no-go-area. Het is een gebied dat nog lang niet rijp is om aangeraakt te worden. Gebeurt dat toch, via misbruik, dan gaat er iets stuk. In ieder geval de natuurlijke grens van het zelf en de nog verscholen seksualiteit. Als in de puberteit de seksualiteit wakker wordt, dan weet niemand dat die beschadigd is. De seksualiteit van de dader met zijn of haar geweld, komt tussen de persoon en haar/zijn eigen seksualiteit in te staan. En het innerlijke gevoel, de eigenheid is dan niet meer van de persoon zelf. De opgedrongen, gewelddadige seksualiteit van de dader zit ertussen. Hoe vleugellam wil je zijn. Er komen gevoelens van waardeloosheid naar boven. Wat ben ik waard? Als je geluk hebt, ontmoet je een fijne partner. Zo niet, dan komen er nog meer trauma’s bij door verkeerde relaties met psychisch of lichamelijk geweld. Wist je dat meer dan de helft van de prostituees een verleden heeft van misbruik en/ of incest?

Kom bij mij niet aan met quotes als:’het is al zo lang geleden’, of ‘zou je nu maar eens aan iets anders denken?’, of: ‘ga toch eens leven’. Dit is mijn leven en mijn demonen zal ik naar het licht brengen ook als ze te walgelijk zijn om aan te zien.
Wanneer ik hoor dat het zoveelste grote pornonetwerk is opgerold, wanneer ik zie dat zoveel kinderen van af hun vroegste jeugd beschadigd zijn, terwijl ik weet wat het kapot maakt in het leven van een kind, dan zeg ik: Het zal je kind maar zijn. Laat je stem horen, zwijg niet bij misbruik en vind de moed om te luisteren zodat je de overlevers van misbruik niet nogmaals in de kou laat staan.

Foto sessie

Gisteren reisde ik af naar Haarlem, de grote kerk om daar een foto te laten maken van mijzelf terwijl ik een bord in mijn handen houd met daarop een quote van een uitspraak van de dader die mij nu 50 jaar geleden bedreigde en verkrachtte.
Natuurlijk had ik erover nagedacht wat erop zou komen. Nu kon ik me het begin van zijn woorden toen hij me bedreigde herinneren, maar de rest verdween in een soort twilight achting bobbelige substantie waarin opeens langzaam onherkenbaar vervormde woorden werden uitgesproken.
Wat zei hij nou precies? Hoe zet ik de quote die mij zo bang heeft gemaakt op papier zonder de waarheid geweld aan te doen?

Ik had daar vage ideeën over, maak vertrouwde erop dat ik op het moment zelf wel de goede woorden zou vinden.

Ik kwam aan bij de kerk en ging zoeken naar stichting Revief. De stand vond ik snel , en schreef me in bij een vrijwilligster die ik nog kende van een bijeenkomst van de rode tent.

In een sfeervolle ruimte waarin een bord hing over minderbedeelde kindertjes en hun moeders, toepasselijk, werd ik opgevangen door een andere vrouw. Zij vertelde mij hoe alles in zijn werk zou gaan, en ik ging oefenen op een vel papier. De tekst kwam er nu luid en duidelijk uit. Daarna zette ik het met een permanent stift op karton. Ik voelde me krachtig met een houding van: kom maar op!
Daarna werd ik naar een andere ruimte gebracht waar de foto gemaakt zou worden. Nog even wachten in de kerk. Ik raakte aan de praat met de voorzitter van de vereniging. Dat was mooi, want nu kon ik haar meteen mijn gedichtenbundel met cd geven. Het is geweldig dat zoveel vrouwen die zelf ook een ‘verleden’ hebben zich zo inzetten voor de goede zaak. Zij was nieuwsgierig naar mijn quote. Ik liet haar het bord zien. Zo zwart op wit kwam het behoorlijk heftig over. Veel heftiger dan ik het in gesprekken kon overbrengen.
Ik raakte ontroerd en voelde me klein en kwetsbaar. Kreeg een warme omhelzing.
image

Daarna was het tijd voor de foto. De fotografe maakte de foto’s. Ik bekeek ze op het display van haar camera. Sjonge, wat zag ik er slecht uit. Vermoeid, dikke wallen onder de ogen, rode vlekken in de hals en dan die tekst voor mij……. Toch andere foto’s gemaakt zonder die rode vlekken, gecamoufleerd door een sjaaltje. Ik zag er slecht uit. Nu ja, zo is het dan blijkbaar. De laatste dagen, met bezig zijn met het verleden, de emoties en spanning die dan naar boven komen eisen toch hun tol en zijn zichtbaar in mijn gezicht.

PU09-01 - kopie

Toen was het weer voorbij. Ik bleef nog een beetje rondhangen in de kerk en brandde een kaarsje voor alle misbruikte kinderen in de dagkapel en pinkte nog een traantje weg.
Daarna naar huis. Ik moest nog boodschappen doen. Voelde me wiebelig, en haalde pizza’s voor het avondeten. Niet in staat meer tot praktisch werk. Na het eten viel ik op de bank in slaap, en werd pas om 23 uur wakker. Eindelijk had ik kunnen ontspannen.

Toen ik in bed lag, die nacht, kwam er een beeld in mij op over het moment van 50 jaar geleden dat de dader mij bedreigde. Het moment dat ik gevangen had in de quote.

Dit was de innerlijke dialoog met de dader:

‘ hee dader, ben je niet moe
van het omhooghouden van dat mes?
Van het eindeloos dreigen?
Hou daar maar mee op, het hoeft niet meer.

Hee dader, wat blijf je maar schreeuwen?
Zou je daar niet eens mee stoppen?
Je hoeft het niet meer te doen hoor.

Hee dader, word je niet star en stijf van
Het doordrukken van die wil van jou.
Je mag ermee ophouden.

Hier is een bed.
Ga maar uitrusten.
Doe je ogen dicht en ga voor eeuwig slapen. ‘

De sfeer in die dialoog was rustig, vriendelijk en vredig.
Geen haat en nijd meer, of verdriet. Vrede.
Het was alsof hij van hout was geworden.
Een beeld en minder levende werkelijkheid.

De volgende dag kwam de oude angst los die ik gevoeld heb als kind, die ik toen, nu 50 jaar geleden niet kon voelen omdat het enige wat ik wilde was: overleven. Bibberen, trillen en klappertanden.

Ik ben blij dat ik naar Haarlem ben geweest, ben blij met de vrijwilligers die dit mogelijk maakten, blij met de mensen om mij heen met wie ik het kan delen, blij met de lotgenoten die zoveel voor me betekenen in het proces.