Tagarchief: kindermisbruik

Wie is het waard?

Op mijn voorlaatste blog (is zwijgen goud) kreeg ik één reactie die me aan het denken zette: ‘delen, maar dan wel met mensen die je vertrouwen waard zijn.’

Hoe fijn zou het zijn als dat zou kunnen: delen met degenen die je vertrouwen waard zijn. De ervaring leert dat dat nog niet zo eenvoudig is. Er zitten meerdere kanten aan die ideale situatie en die vragen een benadering van om-denken.

Voordat ik na 48 jaar min of meer zwijgen echt naar buiten kwam met mijn verhaal, had ik het een aantal keren gedeeld: met verschillende therapeuten, met een vriend, met een familielid. Allemaal mensen die je vertrouwen waard zijn, toch?

De therapeuten hoorden mijn verhaal aan en waren er toch van overtuigd dat mijn problemen niets te maken konden hebben met mijn misbruik verleden. Ofwel het misbruik zou een gevolg zijn van een dieperliggend probleem, ofwel mijn problemen waren heel anders dan die ontstaan na misbruik. Ondertussen weet ik wel beter, toen geloofde ik mijn therapeuten en was stiekem ook wel een beetje opgelucht dat we het daar niet over hoefden te hebben.

De vriend gedroeg zich als een echte vriend: hij kwam naar me toe, ik huilde zijn zakdoek vol en daarna gaf hij me een boterham. Door deze gebeurtenis begon er een lichtje te branden in mij: hee, mijn verdriet dat zo onbegrepen en kwetsbaar voelt, is iets waard. Deze vriend kwam speciaal naar mij toe om het serieus te nemen en me bij te staan. Meestal kruip ik weg in eenzaamheid en kom er pas weer uit wanneer het voorbij is. Deze daad van echte vriendschap was een openbaring.

Het familielid belde ik huilend op. Hij wist niet wat hij ermee aan moest en kwam niet verder dan: ‘o, o, o’. Toen was het erg. Ik sloot mezelf af, ervan overtuigd dat ik het alleen moest oplossen en dat niemand het waard vond naar mijn verhaal te luisteren. Toch heb ik er geen oordeel over. Soms gaat dat zo. Het ongemak en onvermogen met zulk onbekend verdriet om te gaan.

In 2011/2012 kwam het misbruik in de kerk in het nieuws. Openhartige verhalen in de krant, op de televisie, op de radio van mensen die als kind misbruikt waren. Zoveel herkenning in de gevolgen. Ik kon alleen maar beamen: dit heb ik ook, ja, dat ook, nu je het zegt, ja, o, ik ben dus niet gek. Zou het toch zo zijn dat het oeroude misbruik zoveel kapot heeft gemaakt in mijn leven?

Verhalen van mensen die het deelden aan iedereen, niet alleen aan mensen die het waard zijn. Maar misschien ook weer wel.
Was mijn therapeut het waard? Die schatte het verkeerd in. Het familielid kon het niet aan.
Wat betekent dat: het waard zijn?

Ik, als lezer van de krant, begreep onmiddellijk de verhalen en ze hebben mijn leven veranderd.
Eerst stortte ik in in de vorm van een burn-out, daarna publiceerde ik mijn gedichtenbundel, vertelde het mijn zus, mijn kinderen, mijn ouders en broers en werd door de huisarts ernstig toegesproken: ‘ga in therapie!’ (daar had ik helemaal geen zin meer in, toch gedaan), kwam in contact met stichting kunst uit geweld, deed mee aan exposities, kwam in contact met lotgenoten via de rode tent van Hanny Lynch en verkeer met ups en downs in steeds betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ik krijg mijn leven weer terug.
Door het openbaar te delen komt het terecht bij iedereen: bij verkeerde mensen en bij mensen die er op wachten, misschien omdat er in hun omgeving niemand is die er oor voor heeft. In het beste geval uit onvermogen, vaak ook uit zelfbehoud: dan is ontkennen makkelijk.( Helaas pindakaas voor degene met het trauma: die staat weer in de kou en als het een beetje tegenzit krijgt die ook nog de schuld van b.v. ruzie in de familie.)

Dankzij mensen die wel de openbaarheid zoeken, zich tegenover Jan en alleman kwetsbaar durven opstellen krijg ik mijn leven weer terug. Ik geef het stokje graag door en zoek ook zelf de openbaarheid zodat steeds weer opnieuw wordt gezegd:
ik heb niets om me voor te schamen, ik was een kind dat wandelde in Gods vrije wereld en werd ernstig beschadigd door een jongeman. Ik was niet de enige. Die dingen gebeuren nog steeds en hoe gaan we daarmee om? Het is tijd de wonden te laten helen in de frisse lucht i.p.v. te laten etteren in het verborgene.

Mijn respect voor iedereen die zo kwetsbaar en krachtig deelt in het openbaar met als doel: heling.

Uit liefde.

Zelfzorg

Zelfzorg

Zorgen voor jezelf. Ik heb daar een hele geschiedenis mee. Ik ken weinig mensen die zo hard zijn voor zichzelf als ikzelf. Wat ik ook doe, de interne criticus maakt er gehakt van, er is weinig goed aan en goed genoeg is het al helemaal niet. Verlammend.
Neem nu een onderdeel van zelfzorg: zorg voor je lijf. Ik eet gezond. Ik beweeg genoeg, ben niet mismaakt en de laatste tijd, wonder, o wonder, begin ik blij te worden met mezelf. Dat is echt anders geworden, het afgelopen jaar. Ik ben er blij mee en heb onderweg een aantal dingen ontdekt en ervaren die ik graag met je wil delen.

Mijn verhaal

Vanaf mijn pubertijd ben ik heel kritisch t.o.v. mijn lichaam. Wanstaltig dik, vond ik het. Ook al had ik maatje 36, woog 58 kg bij een lengte van 1.78. Durfde niet naar buiten met strakke kleding.
Toen ik ging studeren ben ik een tijdje heel dik geweest. Eetbuien tot ik misselijk was en moest overgeven. Er was duidelijk iets niet in orde met mij, psychisch, maar ik durfde niet aan de bel te trekken. Ik die tijd was het niet zo geaccepteerd naar een psycholoog te gaan. Het was de tijd van de film: ‘one flew over the cuckoo’s nest’ , psychiatrie was doodeng.
Na het dik-zijn werd ik weer dun, ging trouwen en kreeg een kind. Wonder o wonder: uit mijn kapotte lijf (zo dacht iemand binnen in mij over mezelf) een gezond en blakend kind. Het gaf me wat zelfvertrouwen.

Afgelopen voorjaar was ik de interne criticus helemaal zat. Telkens wanneer ik iets ging doen wat goed voor me was, gingen de metertjes draaien: zoveel vitaminen, zoveel calorieën, zoveel meer of minder moeten het er zijn. En dat haal ik niet, hou ik niet vol. Ondertussen bleef ik pendelen tussen gezond zijn en ziekte (overbelasting, kun je het ook noemen) . Bleef ondanks alle goede voeding, diëten, pijn houden in mijn buik terwijl er lichamelijk volgens onderzoeken niets mis was. Prikkelbare darm. Moet je mee leren leven. Nou… Soms na een dag lesgeven liep ik krom van de buikpijn naar de auto. Daar ontspande ik wat en na een nacht slapen was het weer over. En de volgende dag gebeurde hetzelfde. Maar soms ook niet. Waarom wel, waarom niet? Een raadsel.

Ik ben begonnen met het masseren van mijn buik. Iedere ochtend, iedere avond. Met massageolie. Ik dacht: een kind dat huilt geef je aandacht, dit is nu mijn buik die aandacht vraagt. Stop de kritiek en luister, geef aandacht. Zelfzorg. Het deed me goed.
Ik ben gestopt met sporten. Geef buikspieroefeningen, geen work-outs. Zodra ik daarmee begon, gingen de radertjes in mijn hoofd draaien: dikke buik, calorieën, centimeters, kilo’s, … En nooit eens positief, altijd met afwijzing en gevoel van tekort. Dan maar niet sporten. Ik wil de interne kritiek niet meer horen.

Toen werd het zomer. Lekker op de boot, in Ouddorp. Zwemmen in het zoute water, wandelen, zeilen, en….koud douchen. In een jachthaven kun je warm douchen als je een 50 eurocent muntje bij je hebt. Die vergat ik bijna altijd, of ik had het niet. Het koude douchen deed me goed, na een bibberige week (‘o, mijn hart kan het niet aan, wat koud…’) begon ik ervan te genieten. Het frisse gevoel erna, van top tot teen levend, barstensvol zuurstof en energie, bloedsomloop die zorgt dat spierpijn verdwijnt en een fijn gevoel geeft in je lijf.

Na de vakantie, in september gingen Gonda en ik de boot terugbrengen naar Delft. Op de tweede dag voeren we van het Haringvliet de rivier Het Spui op. Er stond meer wind dan verwacht. De zeilen stonden bol en er was een aardige golfslag bij het binnenlopen van de rivier. Eerst wind tegen, toen een flinke draai en met wind van achteren zo de monding op. Zon, zeilen bol, boot golfje op, golfje af. Wat een fijn gevoel gaf dat…..in mijn buik. Ik voelde het plezier van de beweging. Het was fijn. Mijn lichaam bewoog mee met het deinen van de boot, loslaten, aanspannen, heen en weer. Geen criticus, geen tekort, geen afwijzing, pure levensvreugde.

Het is nu januari. Na de zomervakantie heb ik erover nagedacht hoe ik die ervaringen van de vakantie kon integreren en mijn dagelijkse leven thuis.
Ik ben doorgegaan met koud douchen . Nog steeds moet ik in de ochtend, zo warm uit bed, even over een drempel heen, maar ik kan het eigenlijk niet meer missen. Het brengt me meteen in mijn lijf, ik haal goed en diep adem en ben daarna heerlijk fris en geaard.
Ik ben begonnen met roeien. Niet in het water, maar op zo’n apparaat. Die stond jaren werkloos in de slaapkamer. Ik dacht : de oplossing staat voor mijn neus! Eerst maar de display uitgezet. Ik ben niet geïnteresseerd hoeveel km ik roei, hoeveel calorieën ik verbrand of hoelang ik bezig ben. Het is geen wedstrijd. Het doel is: mijn lijf voelen en er goed voor zorgen. Het is heerlijk zo de dag te beginnen. De voorwaarde is wel dat ik iedere controle uitzet. Niet meet hoelang ik bezig ben of hoever ik roei. Soms is alleen het voelen genoeg, soms wil ik iets verder dan comfortabel is om mijn ruimte te vergroten.

Voor het eerst sinds mijn werkzame leven ben ik niet meer ziek geweest tot de kerstvakantie. Het is goed voor mijn lijf.

Soms is het confronterend. In mijn lijf zitten ook onaangename emoties vast. Door te bewegen komen die los. Soms zit ik huilend te roeien. Vorige maand kwam woede vrij. De schil van verdediging om te overleven, die jaren geleden uit noodzaak is aangelegd, weekt los. Ik word gevoeliger, opener. Tegelijkertijd ervaar ik mijn lijf vaker positief, zonder kritiek, stroomt er iets van geluk. Soms zoveel dat ik het niet aankan.

In een lijf zit zoveel herinnering. Door dat los te kunnen laten en te bevrijden komt ook je liefde voor jezelf, je authentieke levensvreugde en kracht, je vermogen tot leven en liefhebben weer vrij.

Loslaten gaat niet in dwang, maar gebeurt door ontspanning. Alles wat ontspant is goed.

Ik wens je veel ontspanning toe.
En, fijn als je reageert!

Waarom kindermisbruik zo erg is

Vorige week was er de opening van de tentoonstelling: kracht uit geweld in het gemeentehuis van Vriezenveen.
Hier kun je luisteren naar mijn bijdrage aan de opening daarvan en enkele kunstwerken zien.
Remember your Wings II Marie Louise donkerder-2

Als ik denk aan kindermisbruik dan komen er flarden van gedachten in mijn hoofd op als:
‘Vleugellam geslagen Ziel’, of (Herman van Veen):
‘Wie heeft het licht in je ogen gedoofd’.

Vorige week is in onze familie een kindje geboren. Als je die foto’s ziet, dan zie je een volkomen tevreden, glimlachende baby die helder de wereld in kijkt. Een pareltje.

Kinderen leren heel veel wanneer ze opgroeien. Ze nemen alles op wat de buitenwereld geeft. Ze houden van licht en ruimte, van spelen, van fantaseren, dat alles is als voedsel voor de ziel. Ze vergroeien hiermee met hun eigenheid, ze verzamelen veel geestelijke energie voor de volgende stap in hun ontwikkeling en ervaren wat leven is.

Bij kindermisbruik, wordt dat stralende licht gedoofd. Er komen donkere wolken tussen het kind en het heldere licht wat van hem of haar is. Het kan niet meer schijnen. Het kind leert dat het helemaal niet veilig is om te schijnen. Er wordt in de kiem gesmoord wat wil groeien en ontwikkelen.

De dader, het misbruik, de pijn, het overschrijden van grenzen die op jonge leeftijd nog zo heel kwetsbaar zijn, beschadigt een gezonde ontwikkeling, een realistisch zelfrespect en het vermogen het eigen leven op waarde te schatten en de eigen energie als centrum van het eigen leven te stellen. Wat voor mensen met een onbezorgde jeugd volstrekt normaal is wel te doen. En terecht.

Als het misbruik voortduurt, geeft dat ernstige psychische en lichamelijke ziekten. De demonen kennen geen tijd en blijven saboteren. Ze zorgen voor een moeilijk leven waarin het soms een onmogelijke titanenklus is om door te gaan en ‘normaal’ te doen.

Ook relatief eenvoudig misbruik en het overschrijden van de natuurlijke grenzen van een kind kan tot ernstige problemen leiden. Op jonge leeftijd is de seksualiteit van een kind een no-go-area. Het is een gebied dat nog lang niet rijp is om aangeraakt te worden. Gebeurt dat toch, via misbruik, dan gaat er iets stuk. In ieder geval de natuurlijke grens van het zelf en de nog verscholen seksualiteit. Als in de puberteit de seksualiteit wakker wordt, dan weet niemand dat die beschadigd is. De seksualiteit van de dader met zijn of haar geweld, komt tussen de persoon en haar/zijn eigen seksualiteit in te staan. En het innerlijke gevoel, de eigenheid is dan niet meer van de persoon zelf. De opgedrongen, gewelddadige seksualiteit van de dader zit ertussen. Hoe vleugellam wil je zijn. Er komen gevoelens van waardeloosheid naar boven. Wat ben ik waard? Als je geluk hebt, ontmoet je een fijne partner. Zo niet, dan komen er nog meer trauma’s bij door verkeerde relaties met psychisch of lichamelijk geweld. Wist je dat meer dan de helft van de prostituees een verleden heeft van misbruik en/ of incest?

Kom bij mij niet aan met quotes als:’het is al zo lang geleden’, of ‘zou je nu maar eens aan iets anders denken?’, of: ‘ga toch eens leven’. Dit is mijn leven en mijn demonen zal ik naar het licht brengen ook als ze te walgelijk zijn om aan te zien.
Wanneer ik hoor dat het zoveelste grote pornonetwerk is opgerold, wanneer ik zie dat zoveel kinderen van af hun vroegste jeugd beschadigd zijn, terwijl ik weet wat het kapot maakt in het leven van een kind, dan zeg ik: Het zal je kind maar zijn. Laat je stem horen, zwijg niet bij misbruik en vind de moed om te luisteren zodat je de overlevers van misbruik niet nogmaals in de kou laat staan.