Tagarchief: Helen

Waarom traumaverwerking als je ouder bent

Zo, het moet er maar van komen, schrijven over dit onderwerp. Op mijn vrije dag, met zowel inspiratie als tegenzin.
De tegenzin zit ‘em in het feit dat buiten de zon schijnt, ik vrolijk wil leven en niet wil kijken naar dat wat pijn doen. Inspiratie omdat ik weet dat ik er niet mee weg kom, met niet kijken en niet delen wat er op mijn hart ligt. Er is een noodzaak tot introspectie, kijken, voelen, beleven, uiten en loslaten wat loslaat.
Ik geloof niet zo in actief loslaten. Wat loslaat, laat los. Wanneer dat niet zo is, dan is er nog werk te doen, te verwerken, te doorvoelen en dan, als je weer boven water komt kun je zeggen: nu laat ik het los. Niet voor het koppie onder gaan.

Als je al decennialang leeft met een onverwerkt trauma, dan heb je overlevingsstrategien ingezet in een ver verleden en die mechanismen verfijnd en je eigen gemaakt als waren het jouw eigen onvervreemdbare karaktertrekken en eigenschappen.
Klopt niet.

Toch zorgden deze voor mij ervoor dat het voor therapeuten moeilijk was vast te stellen wat er nu met me aan de hand was. Ik leek normaal te functioneren. Viel alleen wel vaak uit op mijn werk. En ja, was al twee keer gescheiden en had een voorkeur voor vrouwonvriendelijke mannen waar ik dan aan bleef plakken. ik ben nu in totaal 6x overspannen/burn-out geweest, waarbij ik telkens minimaal 1 maand, maximaal driekwart jaar uitviel. Na de laatste keer heb ik deeltijdontslag genomen om wekelijks 1 dag extra voor herstel en therapie te kunnen inbouwen.
Kortom: had ik nu een trauma of niet? De meningen waren verdeeld. Ik had het gevoel dat ik mijn eigen trauma moest promoten. Ja, luister, er is toch echt wel iets met mij aan de hand, geloof je me?..

Waarom wilde ik dat eigenlijk, erkenning van het trauma? Waarom niet gewoon doorleven zoals ik al 48 jaar had gedaan?
Het antwoord is heel simpel: het ging niet meer. Ik had teveel stress en te vaak zat ik langere tijd in een depressie. Omdat ik zulk vrolijk en positief werk heb (ik geef gitaarles) had ik ook mijn krachtbronnen die me energie gaven en me lieten ervaren dat er ook een andere werkelijkheid is. Die van muziek en het gewone leven waren zoveel fijner, dat er schijnbaar geen reden was om soms zo somber te zijn en overspannen te raken. Maar mijn verdedigingsschild die het trauma onder controle hielden werd zwakker. Ik ging meer voelen. Mijn chronische stress, mijn eenzaamheid, dissociaties kwamen op de voorgrond en onder de pet houden ging niet meer.

Verhalen van lotgenoten in de krant zorgden ervoor dat ik dagen huilend op de bank zat, ik kon niet meer.

Na een jaar onderzoek bij de GGZ was men eruit: ik had officieel een Trauma. Joepie! Want dat betekent ook: traumatherapie. Met dezelfde inspiratie en tegenzin als ik dit artikel schrijf, begon ik aan EMDR. voor mij een beginpunt. Na 23 sessies was het voor de GGZ een eindpunt. Er waren nog wel een paar dingetjes, maar die waren te zwak om er weer een vervolgtraject op toe te passen.

Helaas werd niet erkend dat ook in je lichaam nog herinneringen liggen verankerd. En dat waren nu net de dingetjes die de scores lieten zien als: niet normaal. Teveel spanning nog. Lichaamsgerichte therapie zou mooi geweest zijn, maar ik was er te goed aan toe.
Een paar jaar had ik geen therapie meer, en toen wegens een burn-out weer thuis. Mijn hart protesteerde tegen elke inspanning die ik deed. Protesteerde sowieso, ook al deed ik niets, overdag en ‘s nachts. Hart was er helemaal klaar mee, met mijn manier van leven. Tja, als je niet voelt waar je grenzen zijn, dan ga je er dus telkens overheen. Naar de cardioloog, onderzoeken. ‘Mevrouw, uw hart is in prima conditie. U heeft een conditie van 147% van wat op uw leeftijd verwacht kan worden.’ Een bètablokker bracht uitkomst en na een maandje slikken klopte mijn hart weer normaal en kon ik stoppen met de medicijnen.

Gelukkig heb ik nu therapie, buiten de GGZ, die heel goed aansluit bij wat ik nodig heb. Winstpunten:
Ik ga voelen waar mijn grenzen liggen. (Die zijn helaas veel eerder bereikt dan ik leuk vind.)
Ik ervaar mijzelf veel vaker als best wel leuk.
Ik krijg langzaamaan het gevoel dat mijn leven van mij is. Durf ook meer te genieten van die ene vrije dag, accepteer dan maar dat ik weinig geld heb. Beter zo en het gevoel hebben dat ik leef, dan me over te leveren aan een te vol leven dat ik helemaal niet aankan en weer in te storten. Dat kan ik me niet meer veroorloven. Zo heb ik ook nog eens plezier in wat ik doe.

Helen op latere leeftijd gaat met vallen en opstaan, met telkens heel veel tijd nemen om meer dat hele gevoelige en pijnlijke kunnen en durven door te voelen en dan liefdevol los te laten.
Helen houdt in dat je onder ogen ziet dat je een moeilijk leven hebt gehad, ook al snapte jij en je omgeving niet helemaal waar dat nou in zat. Als jij je eigen wonden onderkent, al twijfelt iedereen aan het bestaan ervan en je ze gaat verzorgen, wordt je leven anders.
Helen houdt in dat je pas jezelf bent als je jeugd voorbij is en je in een latere fase van je leven zit.
Helen houdt in dat je beseft dat je ook dan, na je 50ste opnieuw kunt beginnen. Niet met een nieuw gezin of zo, of een andere studie, maar wel met een overstap van overleven naar leven.
Het voelt als incarneren in dit leven, in dit lijf. Een nieuw leven starten in dit leven en het karma van de eerste helft kunnen verwerken en loslaten.

De kracht van lotgenoten

Dankbaar ben ik, dat ik lotgenoten ken. Voor de rode tent van Hanny Lynch. Voor stichtingen zoals Revief, CELEVT, kunst uit geweld opgericht door Esther Veerman.

Want: natuurljk ben ik blij dat ik leef. De drang naar leven is groot en bijna onverwoestbaar, ook in barre omstandigheden.

Grensoverscheidend gedrag, zoals seksueel misbruik, huiselijk geweld en mishandeling zo verantwoord wordt genoemd, heeft grote gevolgen voor je leven.

Ik weet er van alles van.
Het heeft invloed op alles (lees hier het boek met die titel).
Hoe je je voelt, hoe je prestaties op school zijn, hoe gezond je bent, hoe je met seksualiteit omgaat, welke partner je kiest, of je het geweld kunt stoppen, je gevoel van eigenwaarde, hoe je je kinderen opvoed, enzovoorts.

Contact met lotgenoten is belangrijk en helend. Je kunt open spreken, je wordt begrepen, je herkent je in verhalen van anderen, je ziet hun pijn die ook jouw pijn is.
Vergeten herinneringen komen boven en krijgen een plek. De puzzelstukjes van je leven vormen steeds meer een samenhangend geheel.

Dit is steunend en helend. En, je zou het niet zeggen omdat tijdens contact toch heel moeilijke onderwerpen gedeeld worden, je wordt er vrolijk en levenslustig van.

Na alle therapieën die ik gevolgd heb, het uitbehandeld zijn, blijven toch de wonden van mijn leven: de ongezonde keuzes, de gevolgen die zij hebben op mijn leven, mijn werk, mijn gezondheid, mijn financiële situatie, mijn relaties, mijn kinderen.
En de gewoontes die zijn ingeslepen na 50 jaar leven met PTSS zijn ook niet een twee drie weg te poetsen.
Dat is soms moeilijk te accepteren. Contact met lotgenoten helpt echt. Ik ben er gezonder door geworden. Letterlijk, fysiek. Gevolg van het praten over de blokkades die ik had omtrent onderzoeken.

Ik krijg weer hoop en voel me met recht dankbaar. Dankzij die dappere mensen die opstaan tegen geweld ondanks dat het zo’n pijn doet, die hun gekwetste ziel openstellen voor anderen zodat zij ook moed krijgen Het Geheim te delen, uit de ellende te stappen en de weg naar heling in te slaan.

Wie is het waard?

Op mijn voorlaatste blog (is zwijgen goud) kreeg ik één reactie die me aan het denken zette: ‘delen, maar dan wel met mensen die je vertrouwen waard zijn.’

Hoe fijn zou het zijn als dat zou kunnen: delen met degenen die je vertrouwen waard zijn. De ervaring leert dat dat nog niet zo eenvoudig is. Er zitten meerdere kanten aan die ideale situatie en die vragen een benadering van om-denken.

Voordat ik na 48 jaar min of meer zwijgen echt naar buiten kwam met mijn verhaal, had ik het een aantal keren gedeeld: met verschillende therapeuten, met een vriend, met een familielid. Allemaal mensen die je vertrouwen waard zijn, toch?

De therapeuten hoorden mijn verhaal aan en waren er toch van overtuigd dat mijn problemen niets te maken konden hebben met mijn misbruik verleden. Ofwel het misbruik zou een gevolg zijn van een dieperliggend probleem, ofwel mijn problemen waren heel anders dan die ontstaan na misbruik. Ondertussen weet ik wel beter, toen geloofde ik mijn therapeuten en was stiekem ook wel een beetje opgelucht dat we het daar niet over hoefden te hebben.

De vriend gedroeg zich als een echte vriend: hij kwam naar me toe, ik huilde zijn zakdoek vol en daarna gaf hij me een boterham. Door deze gebeurtenis begon er een lichtje te branden in mij: hee, mijn verdriet dat zo onbegrepen en kwetsbaar voelt, is iets waard. Deze vriend kwam speciaal naar mij toe om het serieus te nemen en me bij te staan. Meestal kruip ik weg in eenzaamheid en kom er pas weer uit wanneer het voorbij is. Deze daad van echte vriendschap was een openbaring.

Het familielid belde ik huilend op. Hij wist niet wat hij ermee aan moest en kwam niet verder dan: ‘o, o, o’. Toen was het erg. Ik sloot mezelf af, ervan overtuigd dat ik het alleen moest oplossen en dat niemand het waard vond naar mijn verhaal te luisteren. Toch heb ik er geen oordeel over. Soms gaat dat zo. Het ongemak en onvermogen met zulk onbekend verdriet om te gaan.

In 2011/2012 kwam het misbruik in de kerk in het nieuws. Openhartige verhalen in de krant, op de televisie, op de radio van mensen die als kind misbruikt waren. Zoveel herkenning in de gevolgen. Ik kon alleen maar beamen: dit heb ik ook, ja, dat ook, nu je het zegt, ja, o, ik ben dus niet gek. Zou het toch zo zijn dat het oeroude misbruik zoveel kapot heeft gemaakt in mijn leven?

Verhalen van mensen die het deelden aan iedereen, niet alleen aan mensen die het waard zijn. Maar misschien ook weer wel.
Was mijn therapeut het waard? Die schatte het verkeerd in. Het familielid kon het niet aan.
Wat betekent dat: het waard zijn?

Ik, als lezer van de krant, begreep onmiddellijk de verhalen en ze hebben mijn leven veranderd.
Eerst stortte ik in in de vorm van een burn-out, daarna publiceerde ik mijn gedichtenbundel, vertelde het mijn zus, mijn kinderen, mijn ouders en broers en werd door de huisarts ernstig toegesproken: ‘ga in therapie!’ (daar had ik helemaal geen zin meer in, toch gedaan), kwam in contact met stichting kunst uit geweld, deed mee aan exposities, kwam in contact met lotgenoten via de rode tent van Hanny Lynch en verkeer met ups en downs in steeds betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ik krijg mijn leven weer terug.
Door het openbaar te delen komt het terecht bij iedereen: bij verkeerde mensen en bij mensen die er op wachten, misschien omdat er in hun omgeving niemand is die er oor voor heeft. In het beste geval uit onvermogen, vaak ook uit zelfbehoud: dan is ontkennen makkelijk.( Helaas pindakaas voor degene met het trauma: die staat weer in de kou en als het een beetje tegenzit krijgt die ook nog de schuld van b.v. ruzie in de familie.)

Dankzij mensen die wel de openbaarheid zoeken, zich tegenover Jan en alleman kwetsbaar durven opstellen krijg ik mijn leven weer terug. Ik geef het stokje graag door en zoek ook zelf de openbaarheid zodat steeds weer opnieuw wordt gezegd:
ik heb niets om me voor te schamen, ik was een kind dat wandelde in Gods vrije wereld en werd ernstig beschadigd door een jongeman. Ik was niet de enige. Die dingen gebeuren nog steeds en hoe gaan we daarmee om? Het is tijd de wonden te laten helen in de frisse lucht i.p.v. te laten etteren in het verborgene.

Mijn respect voor iedereen die zo kwetsbaar en krachtig deelt in het openbaar met als doel: heling.

Uit liefde.