Tagarchief: Aarden

De slinkse wegen van dissociatie

Een van de bijzondere gevolgen van een niet genezen trauma, ontstaan in je vroegste jeugd is, dat je allerlei overlevingsstrategieen ontwikkelt en sublimeert zodat ze nog tientallen jaren je leven blijven bepalen, ook al is het gevaar uit je jeugd allang voorbij en doen de strategieën in veilige omstandigheden meer kwaad dan goed.

Maar toch: dankzij die slimmigheden van je geest heb je overleefd en leef je nog steeds. Bij deze dus een eerbetoon aan de overlevingsstrategie.

Even een korte terugblik: Het allereerste trauma ligt nu alweer 52 jaar achter me, ik heb een paar jaar geleden intensieve therapie gehad en oude, nog steeds levende gebeurtenissen verwerkt. Natuurlijk blijven de littekens, de gevoeligheden en kan ik soms nog flink boos of verdrietig worden, maar toch: er is meer geïntegreerd, de blokkade tussen mij en de wereld (=leven alsof ik een alien ben) is veel minder heftig nu.

Toch merkte ik dat ik bleef rondcirkelen in ingeslepen mechanismen en spanningen die mij kwaad doen. En die zorgden ervoor dat ik afgelopen najaar weer in een burn-out terechtkwam. Dit keer een heftige. Met hartproblemen. Dat had ik nog nooit gehad. Mijn persoonlijke geschiedenis laat zien dat ik elke 4 of 5 jaar zwaar overspannen word/ in een burn-out raak. Dat mijn hart nu ook ging meedoen, was nieuw en naar.
En dat voor een gitaardocent die ontspannen als basis van fijn musiceren leert. Mijn persoonlijke zwakke punt als speerpunt van mijn werk: met een PTSS die al veel te lang heeft geduurd.

Eerst hartonderzoek: gelukkig doet mijn hart het goed. Geen defect. En allerlei andere onderzoeken: met mijn gezondheid is niets mis. Toch die eindeloze moeheid, gebrek aan energie en een hart dat raar klopt.
Volledig uitgeput, omdat ik grenzen nog steeds niet voel en daar stelselmatig over heen ga?

Ik kreeg advies van de huisarts om haptotherapie te volgen. Omdat ik in gesprekken meesterlijk kan vermijden en meer wil voelen: wat gebeurt er met mij op een dieper niveau dan mentaal, waardoor ik blijf herhalen wat ik al bijna mijn hele leven doe.

De sessies hebben mij in korte tijd belangrijk inzicht gegeven waar ik niet omheen kan, omdat ik het gevoeld heb in mijn lijf.
Ik heb ervaren tijdens sessies dat ik heel sensitief ben, maar leef als een bouwvakker, doe mezelf geweld aan.
Ik heb geleerd, gezien en ervaren dat er veel manieren van dissociëren(= wegvliegen uit het hier en nu) zijn en dat ikzelf bedreven ben in een heel palet.
Ik kan dissociëren in druk zijn, maar ook in vermoeidheid, of in nadenken, of in spelletjes doen, van alles uitzoeken op de iPad.
Alsof ik mezelf niet toesta hier en nu te zijn, op deze plek, in dit leven.
Ik durf niet goed mezelf te voelen, in contact met anderen.
Ik let zo goed op de signalen van de ander (is het veilig, wat heeft de ander nodig zich goed te voelen?) dat ik het contact met mijzelf kwijtraak. Door zo intensief naar de ander gericht te zijn, vind ik het heel moeilijk de richting van mijn energie weer om te keren naar mezelf, wanneer de mogelijkheid er is. Leef nog steeds in een alarmfase waarin veiligheid scheppen het primaire doel is.

Het gevolg is innerlijke verwaarlozing, dat zich uit in een gevoel alsof ik een lege huls ben. Een verlaten huis, slordig achtergelaten door de bewoner.

Voor alle duidelijkheid: dit gebeurt niet expres, maar zijn onbewuste processen.

In dromen en nachtmerries is dit beeld vaak naar voren gekomen: ik vlucht uit huis, door een raam, omdat moordenaars aan de deur kloppen. Of: ik zit eenzaam buiten en heb geen plek.

In dit licht bezien is het ook niet zo gek dat ik regelmatig overspannen wordt. Uitputting door teveel naar buiten gericht te zijn en niet voor mijn eigen leven kunnen zorgen, omdat er nog steeds op een onbewust niveau gevaar gevreesd wordt. Het drama van PTSS. Door de lange duur en de gewoonte ingeslepen, verfijnd en bijna onherkenbaar.

Het was voor mij een bevrijdende ontdekking: O, dat is er. Die angst, die gewoonte het contact met mezelf te verliezen. Meer bevrijdend dan schokkend. De ravage die het heeft aangericht in mijn leven, die ken ik nu wel. Het zij zo.

De kunst is nu om als volwassen ik, mijn kleine ik bij de hand te nemen, de kinderangsten onder ogen te zien en samen de krokodil onder het bed, de enge man aan de deur, te verjagen of gewoon te zien dat die er niet meer is. En mijn leven te bevestigen: je hebt een plek gekregen in deze wereld, anders zou je er niet zijn. Ga daar gewoon staan, op die plek, als jezelf.

Gelukkig ben ik heel groot, al heel lang volwassen en heb ik tientallen kindertjes groot en klein geholpen bij allerlei angsten.
Zal het bij mezelf ook lukken? Het begint bij voelen, het lijntje met mijn basis(onderbuik, billen) vast te houden en woorden te oefenen om mijn grenzen, wensen en behoeften aan te (durven) geven, die om te zetten in concrete stappen en te ervaren dat ik niet word vermalen, opgegeten, uitgelachen, vernietigd, in de steek gelaten wanneer ik dat doe.. Stap voor stap en woord voor woord.

Zelfzorg

Zelfzorg

Zorgen voor jezelf. Ik heb daar een hele geschiedenis mee. Ik ken weinig mensen die zo hard zijn voor zichzelf als ikzelf. Wat ik ook doe, de interne criticus maakt er gehakt van, er is weinig goed aan en goed genoeg is het al helemaal niet. Verlammend.
Neem nu een onderdeel van zelfzorg: zorg voor je lijf. Ik eet gezond. Ik beweeg genoeg, ben niet mismaakt en de laatste tijd, wonder, o wonder, begin ik blij te worden met mezelf. Dat is echt anders geworden, het afgelopen jaar. Ik ben er blij mee en heb onderweg een aantal dingen ontdekt en ervaren die ik graag met je wil delen.

Mijn verhaal

Vanaf mijn pubertijd ben ik heel kritisch t.o.v. mijn lichaam. Wanstaltig dik, vond ik het. Ook al had ik maatje 36, woog 58 kg bij een lengte van 1.78. Durfde niet naar buiten met strakke kleding.
Toen ik ging studeren ben ik een tijdje heel dik geweest. Eetbuien tot ik misselijk was en moest overgeven. Er was duidelijk iets niet in orde met mij, psychisch, maar ik durfde niet aan de bel te trekken. Ik die tijd was het niet zo geaccepteerd naar een psycholoog te gaan. Het was de tijd van de film: ‘one flew over the cuckoo’s nest’ , psychiatrie was doodeng.
Na het dik-zijn werd ik weer dun, ging trouwen en kreeg een kind. Wonder o wonder: uit mijn kapotte lijf (zo dacht iemand binnen in mij over mezelf) een gezond en blakend kind. Het gaf me wat zelfvertrouwen.

Afgelopen voorjaar was ik de interne criticus helemaal zat. Telkens wanneer ik iets ging doen wat goed voor me was, gingen de metertjes draaien: zoveel vitaminen, zoveel calorieën, zoveel meer of minder moeten het er zijn. En dat haal ik niet, hou ik niet vol. Ondertussen bleef ik pendelen tussen gezond zijn en ziekte (overbelasting, kun je het ook noemen) . Bleef ondanks alle goede voeding, diëten, pijn houden in mijn buik terwijl er lichamelijk volgens onderzoeken niets mis was. Prikkelbare darm. Moet je mee leren leven. Nou… Soms na een dag lesgeven liep ik krom van de buikpijn naar de auto. Daar ontspande ik wat en na een nacht slapen was het weer over. En de volgende dag gebeurde hetzelfde. Maar soms ook niet. Waarom wel, waarom niet? Een raadsel.

Ik ben begonnen met het masseren van mijn buik. Iedere ochtend, iedere avond. Met massageolie. Ik dacht: een kind dat huilt geef je aandacht, dit is nu mijn buik die aandacht vraagt. Stop de kritiek en luister, geef aandacht. Zelfzorg. Het deed me goed.
Ik ben gestopt met sporten. Geef buikspieroefeningen, geen work-outs. Zodra ik daarmee begon, gingen de radertjes in mijn hoofd draaien: dikke buik, calorieën, centimeters, kilo’s, … En nooit eens positief, altijd met afwijzing en gevoel van tekort. Dan maar niet sporten. Ik wil de interne kritiek niet meer horen.

Toen werd het zomer. Lekker op de boot, in Ouddorp. Zwemmen in het zoute water, wandelen, zeilen, en….koud douchen. In een jachthaven kun je warm douchen als je een 50 eurocent muntje bij je hebt. Die vergat ik bijna altijd, of ik had het niet. Het koude douchen deed me goed, na een bibberige week (‘o, mijn hart kan het niet aan, wat koud…’) begon ik ervan te genieten. Het frisse gevoel erna, van top tot teen levend, barstensvol zuurstof en energie, bloedsomloop die zorgt dat spierpijn verdwijnt en een fijn gevoel geeft in je lijf.

Na de vakantie, in september gingen Gonda en ik de boot terugbrengen naar Delft. Op de tweede dag voeren we van het Haringvliet de rivier Het Spui op. Er stond meer wind dan verwacht. De zeilen stonden bol en er was een aardige golfslag bij het binnenlopen van de rivier. Eerst wind tegen, toen een flinke draai en met wind van achteren zo de monding op. Zon, zeilen bol, boot golfje op, golfje af. Wat een fijn gevoel gaf dat…..in mijn buik. Ik voelde het plezier van de beweging. Het was fijn. Mijn lichaam bewoog mee met het deinen van de boot, loslaten, aanspannen, heen en weer. Geen criticus, geen tekort, geen afwijzing, pure levensvreugde.

Het is nu januari. Na de zomervakantie heb ik erover nagedacht hoe ik die ervaringen van de vakantie kon integreren en mijn dagelijkse leven thuis.
Ik ben doorgegaan met koud douchen . Nog steeds moet ik in de ochtend, zo warm uit bed, even over een drempel heen, maar ik kan het eigenlijk niet meer missen. Het brengt me meteen in mijn lijf, ik haal goed en diep adem en ben daarna heerlijk fris en geaard.
Ik ben begonnen met roeien. Niet in het water, maar op zo’n apparaat. Die stond jaren werkloos in de slaapkamer. Ik dacht : de oplossing staat voor mijn neus! Eerst maar de display uitgezet. Ik ben niet geïnteresseerd hoeveel km ik roei, hoeveel calorieën ik verbrand of hoelang ik bezig ben. Het is geen wedstrijd. Het doel is: mijn lijf voelen en er goed voor zorgen. Het is heerlijk zo de dag te beginnen. De voorwaarde is wel dat ik iedere controle uitzet. Niet meet hoelang ik bezig ben of hoever ik roei. Soms is alleen het voelen genoeg, soms wil ik iets verder dan comfortabel is om mijn ruimte te vergroten.

Voor het eerst sinds mijn werkzame leven ben ik niet meer ziek geweest tot de kerstvakantie. Het is goed voor mijn lijf.

Soms is het confronterend. In mijn lijf zitten ook onaangename emoties vast. Door te bewegen komen die los. Soms zit ik huilend te roeien. Vorige maand kwam woede vrij. De schil van verdediging om te overleven, die jaren geleden uit noodzaak is aangelegd, weekt los. Ik word gevoeliger, opener. Tegelijkertijd ervaar ik mijn lijf vaker positief, zonder kritiek, stroomt er iets van geluk. Soms zoveel dat ik het niet aankan.

In een lijf zit zoveel herinnering. Door dat los te kunnen laten en te bevrijden komt ook je liefde voor jezelf, je authentieke levensvreugde en kracht, je vermogen tot leven en liefhebben weer vrij.

Loslaten gaat niet in dwang, maar gebeurt door ontspanning. Alles wat ontspant is goed.

Ik wens je veel ontspanning toe.
En, fijn als je reageert!