De kracht van lotgenoten

Dankbaar ben ik, dat ik lotgenoten ken. Voor de rode tent van Hanny Lynch. Voor stichtingen zoals Revief, CELEVT, kunst uit geweld opgericht door Esther Veerman.

Want: natuurljk ben ik blij dat ik leef. De drang naar leven is groot en bijna onverwoestbaar, ook in barre omstandigheden.

Grensoverscheidend gedrag, zoals seksueel misbruik, huiselijk geweld en mishandeling zo verantwoord wordt genoemd, heeft grote gevolgen voor je leven.

Ik weet er van alles van.
Het heeft invloed op alles (lees hier het boek met die titel).
Hoe je je voelt, hoe je prestaties op school zijn, hoe gezond je bent, hoe je met seksualiteit omgaat, welke partner je kiest, of je het geweld kunt stoppen, je gevoel van eigenwaarde, hoe je je kinderen opvoed, enzovoorts.

Contact met lotgenoten is belangrijk en helend. Je kunt open spreken, je wordt begrepen, je herkent je in verhalen van anderen, je ziet hun pijn die ook jouw pijn is.
Vergeten herinneringen komen boven en krijgen een plek. De puzzelstukjes van je leven vormen steeds meer een samenhangend geheel.

Dit is steunend en helend. En, je zou het niet zeggen omdat tijdens contact toch heel moeilijke onderwerpen gedeeld worden, je wordt er vrolijk en levenslustig van.

Na alle therapieën die ik gevolgd heb, het uitbehandeld zijn, blijven toch de wonden van mijn leven: de ongezonde keuzes, de gevolgen die zij hebben op mijn leven, mijn werk, mijn gezondheid, mijn financiële situatie, mijn relaties, mijn kinderen.
En de gewoontes die zijn ingeslepen na 50 jaar leven met PTSS zijn ook niet een twee drie weg te poetsen.
Dat is soms moeilijk te accepteren. Contact met lotgenoten helpt echt. Ik ben er gezonder door geworden. Letterlijk, fysiek. Gevolg van het praten over de blokkades die ik had omtrent onderzoeken.

Ik krijg weer hoop en voel me met recht dankbaar. Dankzij die dappere mensen die opstaan tegen geweld ondanks dat het zo’n pijn doet, die hun gekwetste ziel openstellen voor anderen zodat zij ook moed krijgen Het Geheim te delen, uit de ellende te stappen en de weg naar heling in te slaan.

Hoe wil je je voelen?

Hoe wil je je voelen?

Vandaag werd mij de vraag gesteld: ‘hoe wil je je voelen?’
Dit deed me schrikken: hoe wil ik me voelen… Niet: ‘wat wil je doen’, of: ‘wat wil je bereiken’, of: ‘wat vind je belangrijk’, maar: ‘hoe wil je je voelen?’

Ok, dacht ik, dat ga ik onderzoeken.
Na de koffie stapte ik in de auto, op weg naar Leiden waar ik een les zou gaan geven. En daar, op de A4, midden op het Prins Clausplein gebeurde het: ik werd overspoeld door iets… Emoties, geen verdriet of woede, maar een schreeuw. Ik begon te schreeuwen in de auto. Het was niet te stoppen. En het was eng, want ik reed op de snelweg. Mijn waarneming van wat er gebeurde was niet de werkelijkheid. Ik had het gevoel dat ik heel langzaam reed en dat de auto’s voor mij bijna stil stonden. Ondertussen reed ik bijna 120 km en de anderen dik 100 km.

Tegen de tijd dat ik in Leiden aankwam was het schreeuwen gestopt. Ik was van slag. Voelde veel tintelende energie, mijn benen voelden raar en ik was duizelig. Op de een of andere manier ben ik aangekomen, heb de les gegeven en ging weer terug.

Later, tijdens de wandeling met de hond, heb ik deze gebeurtenis zo goed als kwaad dat het ging geanalyseerd.
De vraag die ik me stelde was: waarom kwam die schreeuw naar boven en wat betekent die?

Bij de analyse hield ik contact met mijn gevoel. Wat ik nu wel weet is dat mijn lichaam niet liegt. Die weet beter dan mijn hoofd wat er speelt. Dit kwam er uit:

Mijn wil: tijdens die traumatische gebeurtenis nu 51 jaar geleden was het niet handig mijn wil te uiten of zelfs maar te voelen. Mijn wil was levensgevaarlijk. Ik kon toen alleen overleven door mijn wil te bevriezen en de wil van de ander te volgen. De inprenting was: mijn wil zorgt ervoor dat ik sterf, de wil van de ander zorgt voor overleven. Is dit nu zo bewust geweest in mijn leven? Nee, niet echt. Ik herinner me wel veel momenten waarin gevraagd werd naar mijn wil. En dat wist ik dan niet. Ik raakte in de war van die vraag. Vond wat anderen wilden belangrijker terwijl ik wist dat ik dat maar beter niet kon zeggen omdat dat raar is. Vond wel manieren om via een omweg mijn wil te realiseren, maar de openlijke confrontatie van de wil, zoals die normaliter tijdens de pubertijd plaatsvindt, heb ik nooit gekend. Ik vermeed altijd de confrontatie. Soms, wanneer twee mensen iets totaal anders van mij wilden, raakte ik in paniek: dit kon ik niet oplossen. Een open wond werd het: het onvermogen de eigen wil onbekommerd te voelen en te herkennen in relatie met anderen. Op relationeel, professioneel of seksueel vlak: wat wil ik? Geen idee, ik kan me heel volgzaam opstellen.

In dat licht zie ik mijn hang naar eenzaamheid, aan alleen zijn: dan hoor ik minder de wil van anderen en kan ik me rustiger voelen en ontspannen. Hoef dan niet zo alert te zijn.

Hoe wil ik me voelen? Ik wil me op mijn gemak voelen terwijl ik me vaak opgejaagd voel. Ik wil me verbonden voelen en voel me vaak eenzaam. Ik wil me geliefd voelen en kamp met een slecht gevoel van eigenwaarde. Ik wil er toe doen en voel me vaak nutteloos: iemand die makkelijk uitgewist kan worden, vergeten, onbelangrijk.
De vraag naar mijn wil zorgt voor een clash aan gevoelens in mij. Brengt me in verwarring en zorgt voor onrust.

Dat is wat trauma doet: je hebt geen idee dat je nog in trauma-tijd leeft en dat de dader nog aanwezig is in van alles. Ik wist niet bewust dat ik zo’n probleem had met het voelen van mijn wil. De wil van anderen (kinderen, partner, leerlingen, leidinggevenden) stelde ik onbewust hoger dan mijn wil. Trauma-tijd: de overtuiging dat mijn wil gevaarlijk is te volgen. Terwijl de gebeurtenis al 51 jaar achter mij ligt. Terwijl het nu veilig is te willen, mijn wil te voelen, te leven zoals ik bedoeld ben. Het is niet gevaarlijk meer. De trauma-tijd kan ik achter me laten. Ik mag willen. Trauma is als een slang. Heeft met alles te maken, beïnvloed alle aspecten van je leven als een onzichtbare hand die je stuurt.
Wordt het zichtbaar, dan weet je pas dat het er is.
Zoals vandaag.
Ik moest schreeuwen. Toen, 51 jaar geleden, wilde ik dat ook. Maar toen kon het niet want dan zou ik niet overleven.

De schreeuw is mijn wil, mijn protest, mijn kracht.
Te schreeuwen is als het vallen in een onbekend, diep gat. Welke repercussies komen er?
Tot nu toe niets. Het was veilig om te schreeuwen in de auto. En de dader was daar niet.

Hoe wil ik me voelen?

Om met Pippi Langkous te spreken: ik heb het nooit gedaan dus denk ik dat ik het wel kan.
Mijn wil voelen.

De andere vraag die bij me opkomt is: heb ik niet geleefd, zonder die wil, is het tot nu toe nutteloos geweest?
Gelukkig is dat niet zo. Doordat mijn eigen wil onderdook in contact met anderen was ik bijvoorbeeld in staat veel leerlingen te helpen die verlegen waren en ook moeite hadden met voelen wat ze wilden. Ik walste niet over hen heen en heb zo een bijdrage geleverd aan hun zelfvertrouwen en ontwikkeling. Deze vaardigheid is een waardevolle tweede natuur geworden. Ik kan zonder ergernis, met liefde ruimte geven aan de persoonlijkheid van de ander. Dit blijf ik ook zeker doen. Nu ga ik ook leren mijzelf ruimte te geven, ook in contact met anderen.

Geboren voor geluk

Onlangs zat ik een beetje te spelen op mijn iPad en al surfend kwam ik op een aanbieding: gratis jaarhoroscoop. Omdat er weer van alles verandert in mijn leven was ik toch nieuwsgierig en heb die aangevraagd.
Een dag later zat de mini-reading in mijn mailbox.
Iets in het bericht integreerde me bovenmate:
Er stond: ‘je sterren staan vanaf je geboorte goed, maar door invloeden van buiten, waar je geen invloed op hebt gehad, is je leven moeilijk en vol problemen geweest. Je bent geboren voor geluk, maar het is alsof een grote zwarte hand je weerhoudt dat te leven.’

Dat klopt. Maar, ben ik daar uniek in?

Als ik zo naar verhalen van anderen luister geldt deze uitspraak voor velen van ons.
Ieder mens is geboren om te leven zoals die bedoeld is, maar het leven doet zonder genade dingen met je die je beschadigen waardoor het heel moeilijk is je levensdoel (en dat is voor mij de definitie van geluk) te vinden.

Dit bericht bracht mij ertoe mijn leven in een perspectief te zetten van geluk: ik heb veel meegemaakt: ongelukken, ziekte, geweld, verkrachting, eenzaamheid, bedrog, vernedering, vervreemding, en al ben ik tot een bepaalde bodem gegaan hierin, toch was er altijd ergens onverwachts hulp. Ik herkende het niet altijd als hulp. Met hulp bedoel ik: iets of iemand die op je pad komt waardoor je kracht en moed vindt om verder te gaan of de zaak van een andere kant te bekijken.

Zoals:
Mijn zeer alerte moeder die mij in een afgelegen dorpje adequate hulp gaf nadat ik als baby’tje uit de kinderwagen was gerold en mijn gezicht helemaal beschadigd was. Geen littekens aan overgehouden.

Op gitaarles gaan, i.p.v. op orgelles. Dat wilde ik eerst, de orgelles, leek me prachtig. Er was geen plaats bij een leraar in ons dorp, maar omdat mijn broer van gitaarles af ging, kon ik daar wel terecht. Wat ben ik daar nu blij mee. Gitaar past zoveel beter bij mij dan orgel.

Opgroeien in een ruim huis met veel tuin en poezen. Daar heb ik de verbondenheid met de aarde ervaren, met alles wat leeft, de kracht van de wind, de lucht, de aarde, het leven. Ik kon daar alleen zijn in verbondenheid. Niet eenzaam.

Een vader die van zeilen houdt, en ons meenam met die gekke platbodem van 7 meter naar Denemarken, over zee, over rivieren, kanalen. Daarom heb ik nog steeds die boot en kan elke zomer alle stress van een druk jaar daar loslaten.

De groep lotgenoten die mij steunt in het proces van heling.

Zo kan ik nog wel een dag doorgaan wanneer ik alles ga opnoemen wat me geluk heeft gebracht.

Wat ik bemerk is dat het me heel blij maakt dit voluit te zien en niet blijf hangen in gevoelens van gemis, falen, verdriet. Het geeft veel energie en vertrouwen in mezelf.
Door deze kant eens voluit te zien, wordt mijn levensdoel opeens ook meer zichtbaar.

Een levensdoel zit toch meer in het geluk dan in het ongeluk. Zit meer in de ontspanning, waardoor je goed kunt ademen (levensadem) en loslaten wat niet bij je hoort, dan in spanning en valse wil.
Waardoor je de juiste beslissingen kunt nemen vanuit je levensgevoel en niet vanuit stress en paniek.
Waardoor je leert vertrouwen op je levensgevoel dat begint bij de waarneming van je adem en je lijf.
Zolang je leeft. Levensadem. Dwars door alles wat aan het licht komt: adem, dwars door ziekte en pijn: adem.

Zo wordt jij geboren.

Wie is het waard?

Op mijn voorlaatste blog (is zwijgen goud) kreeg ik één reactie die me aan het denken zette: ‘delen, maar dan wel met mensen die je vertrouwen waard zijn.’

Hoe fijn zou het zijn als dat zou kunnen: delen met degenen die je vertrouwen waard zijn. De ervaring leert dat dat nog niet zo eenvoudig is. Er zitten meerdere kanten aan die ideale situatie en die vragen een benadering van om-denken.

Voordat ik na 48 jaar min of meer zwijgen echt naar buiten kwam met mijn verhaal, had ik het een aantal keren gedeeld: met verschillende therapeuten, met een vriend, met een familielid. Allemaal mensen die je vertrouwen waard zijn, toch?

De therapeuten hoorden mijn verhaal aan en waren er toch van overtuigd dat mijn problemen niets te maken konden hebben met mijn misbruik verleden. Ofwel het misbruik zou een gevolg zijn van een dieperliggend probleem, ofwel mijn problemen waren heel anders dan die ontstaan na misbruik. Ondertussen weet ik wel beter, toen geloofde ik mijn therapeuten en was stiekem ook wel een beetje opgelucht dat we het daar niet over hoefden te hebben.

De vriend gedroeg zich als een echte vriend: hij kwam naar me toe, ik huilde zijn zakdoek vol en daarna gaf hij me een boterham. Door deze gebeurtenis begon er een lichtje te branden in mij: hee, mijn verdriet dat zo onbegrepen en kwetsbaar voelt, is iets waard. Deze vriend kwam speciaal naar mij toe om het serieus te nemen en me bij te staan. Meestal kruip ik weg in eenzaamheid en kom er pas weer uit wanneer het voorbij is. Deze daad van echte vriendschap was een openbaring.

Het familielid belde ik huilend op. Hij wist niet wat hij ermee aan moest en kwam niet verder dan: ‘o, o, o’. Toen was het erg. Ik sloot mezelf af, ervan overtuigd dat ik het alleen moest oplossen en dat niemand het waard vond naar mijn verhaal te luisteren. Toch heb ik er geen oordeel over. Soms gaat dat zo. Het ongemak en onvermogen met zulk onbekend verdriet om te gaan.

In 2011/2012 kwam het misbruik in de kerk in het nieuws. Openhartige verhalen in de krant, op de televisie, op de radio van mensen die als kind misbruikt waren. Zoveel herkenning in de gevolgen. Ik kon alleen maar beamen: dit heb ik ook, ja, dat ook, nu je het zegt, ja, o, ik ben dus niet gek. Zou het toch zo zijn dat het oeroude misbruik zoveel kapot heeft gemaakt in mijn leven?

Verhalen van mensen die het deelden aan iedereen, niet alleen aan mensen die het waard zijn. Maar misschien ook weer wel.
Was mijn therapeut het waard? Die schatte het verkeerd in. Het familielid kon het niet aan.
Wat betekent dat: het waard zijn?

Ik, als lezer van de krant, begreep onmiddellijk de verhalen en ze hebben mijn leven veranderd.
Eerst stortte ik in in de vorm van een burn-out, daarna publiceerde ik mijn gedichtenbundel, vertelde het mijn zus, mijn kinderen, mijn ouders en broers en werd door de huisarts ernstig toegesproken: ‘ga in therapie!’ (daar had ik helemaal geen zin meer in, toch gedaan), kwam in contact met stichting kunst uit geweld, deed mee aan exposities, kwam in contact met lotgenoten via de rode tent van Hanny Lynch en verkeer met ups en downs in steeds betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ik krijg mijn leven weer terug.
Door het openbaar te delen komt het terecht bij iedereen: bij verkeerde mensen en bij mensen die er op wachten, misschien omdat er in hun omgeving niemand is die er oor voor heeft. In het beste geval uit onvermogen, vaak ook uit zelfbehoud: dan is ontkennen makkelijk.( Helaas pindakaas voor degene met het trauma: die staat weer in de kou en als het een beetje tegenzit krijgt die ook nog de schuld van b.v. ruzie in de familie.)

Dankzij mensen die wel de openbaarheid zoeken, zich tegenover Jan en alleman kwetsbaar durven opstellen krijg ik mijn leven weer terug. Ik geef het stokje graag door en zoek ook zelf de openbaarheid zodat steeds weer opnieuw wordt gezegd:
ik heb niets om me voor te schamen, ik was een kind dat wandelde in Gods vrije wereld en werd ernstig beschadigd door een jongeman. Ik was niet de enige. Die dingen gebeuren nog steeds en hoe gaan we daarmee om? Het is tijd de wonden te laten helen in de frisse lucht i.p.v. te laten etteren in het verborgene.

Mijn respect voor iedereen die zo kwetsbaar en krachtig deelt in het openbaar met als doel: heling.

Uit liefde.

Zelfzorg

Zelfzorg

Zorgen voor jezelf. Ik heb daar een hele geschiedenis mee. Ik ken weinig mensen die zo hard zijn voor zichzelf als ikzelf. Wat ik ook doe, de interne criticus maakt er gehakt van, er is weinig goed aan en goed genoeg is het al helemaal niet. Verlammend.
Neem nu een onderdeel van zelfzorg: zorg voor je lijf. Ik eet gezond. Ik beweeg genoeg, ben niet mismaakt en de laatste tijd, wonder, o wonder, begin ik blij te worden met mezelf. Dat is echt anders geworden, het afgelopen jaar. Ik ben er blij mee en heb onderweg een aantal dingen ontdekt en ervaren die ik graag met je wil delen.

Mijn verhaal

Vanaf mijn pubertijd ben ik heel kritisch t.o.v. mijn lichaam. Wanstaltig dik, vond ik het. Ook al had ik maatje 36, woog 58 kg bij een lengte van 1.78. Durfde niet naar buiten met strakke kleding.
Toen ik ging studeren ben ik een tijdje heel dik geweest. Eetbuien tot ik misselijk was en moest overgeven. Er was duidelijk iets niet in orde met mij, psychisch, maar ik durfde niet aan de bel te trekken. Ik die tijd was het niet zo geaccepteerd naar een psycholoog te gaan. Het was de tijd van de film: ‘one flew over the cuckoo’s nest’ , psychiatrie was doodeng.
Na het dik-zijn werd ik weer dun, ging trouwen en kreeg een kind. Wonder o wonder: uit mijn kapotte lijf (zo dacht iemand binnen in mij over mezelf) een gezond en blakend kind. Het gaf me wat zelfvertrouwen.

Afgelopen voorjaar was ik de interne criticus helemaal zat. Telkens wanneer ik iets ging doen wat goed voor me was, gingen de metertjes draaien: zoveel vitaminen, zoveel calorieën, zoveel meer of minder moeten het er zijn. En dat haal ik niet, hou ik niet vol. Ondertussen bleef ik pendelen tussen gezond zijn en ziekte (overbelasting, kun je het ook noemen) . Bleef ondanks alle goede voeding, diëten, pijn houden in mijn buik terwijl er lichamelijk volgens onderzoeken niets mis was. Prikkelbare darm. Moet je mee leren leven. Nou… Soms na een dag lesgeven liep ik krom van de buikpijn naar de auto. Daar ontspande ik wat en na een nacht slapen was het weer over. En de volgende dag gebeurde hetzelfde. Maar soms ook niet. Waarom wel, waarom niet? Een raadsel.

Ik ben begonnen met het masseren van mijn buik. Iedere ochtend, iedere avond. Met massageolie. Ik dacht: een kind dat huilt geef je aandacht, dit is nu mijn buik die aandacht vraagt. Stop de kritiek en luister, geef aandacht. Zelfzorg. Het deed me goed.
Ik ben gestopt met sporten. Geef buikspieroefeningen, geen work-outs. Zodra ik daarmee begon, gingen de radertjes in mijn hoofd draaien: dikke buik, calorieën, centimeters, kilo’s, … En nooit eens positief, altijd met afwijzing en gevoel van tekort. Dan maar niet sporten. Ik wil de interne kritiek niet meer horen.

Toen werd het zomer. Lekker op de boot, in Ouddorp. Zwemmen in het zoute water, wandelen, zeilen, en….koud douchen. In een jachthaven kun je warm douchen als je een 50 eurocent muntje bij je hebt. Die vergat ik bijna altijd, of ik had het niet. Het koude douchen deed me goed, na een bibberige week (‘o, mijn hart kan het niet aan, wat koud…’) begon ik ervan te genieten. Het frisse gevoel erna, van top tot teen levend, barstensvol zuurstof en energie, bloedsomloop die zorgt dat spierpijn verdwijnt en een fijn gevoel geeft in je lijf.

Na de vakantie, in september gingen Gonda en ik de boot terugbrengen naar Delft. Op de tweede dag voeren we van het Haringvliet de rivier Het Spui op. Er stond meer wind dan verwacht. De zeilen stonden bol en er was een aardige golfslag bij het binnenlopen van de rivier. Eerst wind tegen, toen een flinke draai en met wind van achteren zo de monding op. Zon, zeilen bol, boot golfje op, golfje af. Wat een fijn gevoel gaf dat…..in mijn buik. Ik voelde het plezier van de beweging. Het was fijn. Mijn lichaam bewoog mee met het deinen van de boot, loslaten, aanspannen, heen en weer. Geen criticus, geen tekort, geen afwijzing, pure levensvreugde.

Het is nu januari. Na de zomervakantie heb ik erover nagedacht hoe ik die ervaringen van de vakantie kon integreren en mijn dagelijkse leven thuis.
Ik ben doorgegaan met koud douchen . Nog steeds moet ik in de ochtend, zo warm uit bed, even over een drempel heen, maar ik kan het eigenlijk niet meer missen. Het brengt me meteen in mijn lijf, ik haal goed en diep adem en ben daarna heerlijk fris en geaard.
Ik ben begonnen met roeien. Niet in het water, maar op zo’n apparaat. Die stond jaren werkloos in de slaapkamer. Ik dacht : de oplossing staat voor mijn neus! Eerst maar de display uitgezet. Ik ben niet geïnteresseerd hoeveel km ik roei, hoeveel calorieën ik verbrand of hoelang ik bezig ben. Het is geen wedstrijd. Het doel is: mijn lijf voelen en er goed voor zorgen. Het is heerlijk zo de dag te beginnen. De voorwaarde is wel dat ik iedere controle uitzet. Niet meet hoelang ik bezig ben of hoever ik roei. Soms is alleen het voelen genoeg, soms wil ik iets verder dan comfortabel is om mijn ruimte te vergroten.

Voor het eerst sinds mijn werkzame leven ben ik niet meer ziek geweest tot de kerstvakantie. Het is goed voor mijn lijf.

Soms is het confronterend. In mijn lijf zitten ook onaangename emoties vast. Door te bewegen komen die los. Soms zit ik huilend te roeien. Vorige maand kwam woede vrij. De schil van verdediging om te overleven, die jaren geleden uit noodzaak is aangelegd, weekt los. Ik word gevoeliger, opener. Tegelijkertijd ervaar ik mijn lijf vaker positief, zonder kritiek, stroomt er iets van geluk. Soms zoveel dat ik het niet aankan.

In een lijf zit zoveel herinnering. Door dat los te kunnen laten en te bevrijden komt ook je liefde voor jezelf, je authentieke levensvreugde en kracht, je vermogen tot leven en liefhebben weer vrij.

Loslaten gaat niet in dwang, maar gebeurt door ontspanning. Alles wat ontspant is goed.

Ik wens je veel ontspanning toe.
En, fijn als je reageert!

Freeimages.com 35275 SXC

Is zwijgen goud?

De laatste dagen ben ik daar flink over aan het nadenken: wat als…. Ik gewoon was blijven zwijgen, niet de onderste steen boven wilde halen?
Helen is namelijk een pijnlijk proces. ‘Gewoon’ leven kan daardoor in de verdrukking raken. Wanneer ben ik voor het laatst naar een feest geweest? Wanneer eens uit met vriendinnen? Het is gewoon hard werken en aangezien ik ook gewoon voor de kost zorg, heb ik een soort van dubbele baan. Hoe fijn zou het zijn als ik na mijn werk gewoon op de bank gezellig kon doen. Vrijdag lukte het even. Ik zat in de huiskamer, muziekje aan, kaars, glaasje wijn en ik was voor de lol een beetje aan het tekenen. Dochter kwam binnen en vroeg: ‘waarom zit je te tekenen?’ Ik: ‘ o, gewoon, omdat ik het leuk vind.’ ‘Gelukkig’, zei ze, ‘ik was al bang dat het weer iets met je trauma te maken had.’ Pijnlijk en opluchtend tegelijk. Pijnlijk omdat het zo is en opluchtend omdat ik het af en toe ook anders kan.

Dus: blijft de vraag: is het niet beter om alles maar onder de pet te houden? Afgezien van het feit dat dit soms moeilijk te sturen is: wat boven komt, komt boven, wat versteend blijft, blijft nog even versteend, ik bedoel: soms komt er iets boven wat je niet wil of blijft verborgen wat je wel naar buiten zou willen trekken, is het ook zo dat je met je wil niet alles kunt bepalen en heb je vaak niet te kiezen in wat wel of niet naar boven komt. Hoe je ermee omgaat: wel.

Ik stuitte vanmorgen op een wetenschappelijk onderzoek van James Pennebaker (psycholoog en hoogleraar aan de universiteit van Texas). Hij onderzocht wat er gebeurde wanneer mensen die traumatische ervaringen hadden meegemaakt (met name verkrachting en incest) hun ervaringen geheim hielden.
Ik citeer nu uit het boek ‘de kracht van kwetsbaarheid’ van Brené Brown (pag. 87):

‘Het onderzoeksteam ontdekte dat niet over de traumatische ervaring praten of het geheim niet met iemand delen, in sommige gevallen schadelijker was dan de gebeurtenis op zich. En omgekeerd bleek ook dat wanneer mensen hun ervaringen en verhalen wel met anderen deelden, hun lichamelijke gezondheid verbeterde, het aantal bezoeken aan de huisarts afnam en de productie van stresshormonen aanzienlijk afnam.’

Bam, daar sta ik met mijn schadelijke 48 jaar zwijgen. Gelukkig is dat voor mij voorbij. Of alles weer heel wordt weet ik niet, hoeft niet, een paar barstjes en scheuren zijn prima, als het maar stroomt.

De tegeltjeswijsheid: ‘delen is helen’ is dus wetenschappelijk waar.
Toch fijn te weten, ook nu er zoveel meer openbaar wordt over trauma en verwerking en tegelijkertijd de tegenbeweging die vindt dat het allemaal wat stiller mag, van zich laat horen.

Liefs,

Geluk in een ongelukkige wereld

December……
Licht, liefde, warmte, gezelligheid.
Deze kerst ben ik niet alleen, samen met partner, kinderen en familie hopen we op een goede tijd.
Het is wel eens anders geweest. En ik weet dat juist deze maand een verschrikkelijke tijd is voor heel veel mensen.

Vluchtelingen die op sandalen ergens de wintermaand proberen te overleven, oorlog, eenzaamheid, ziekte, huiselijk geweld, kinderporno, herinneringen uit een traumatische jeugd die weer gaan leven, juist nu.

Ik sluit mijn ogen niet en luister naar verhalen. Ik word er verdrietig en soms wanhopig van. Wat kan ik anders? Mijn ogen en hart sluiten en het tuincentrum leegkopen? ‘je hebt er niets aan van een afstandje mee te lijden’ ‘Je hebt ook recht op geluk’. Deze uitspraken raken me niet.

Ik ben het er niet mee eens. De wereld is één. Het is een illusie te denken dat je voluit gelukkig kunt zijn wanneer er zoveel onrecht en geweld is in de wereld. Heal the world blijft een icoon van inzicht en liefde voor iedereen die leeft. De realiteit toont dat het nog lang niet zo ver is. Het duurt zo lang….

Wat mij raakte afgelopen week: gevluchte gezinnen in de kou zonder uitzicht op een thuis, een goede vriend uit Irak wiens asielaanvraag is afgewezen (Irak is veilig genoeg), de verhalen over overleefd misbruik en geweld, de eenzaamheid, de rechercheurs uit Twente die de beelden van kinderpornonetwerken doorspitten voor onderzoek en zo de inktzwarte kant van onze veelgeprezen Europese cultuur op hun netvlies krijgen in de vorm van kinderen die gillen van pijn en angst.

Is ieder mens geboren met licht in zich? Soms makkelijk, soms moeilijk te geloven.
Wat gebeurt er als dat licht dooft? Wie dooft dat licht?

Vragen heb ik te over, antwoorden niet zoveel.

In de boeddistische wereld is er een prachtige groet:

Namasté.
‘Ik groet het Goddelijke in je’

Zullen we daarmee beginnen? Het Goddelijke in de ander, ook al is die nog zo anders en begrijp je die totaal niet, groeten?

Ik ga een lichtje laten branden voor mijzelf, voor anderen. Naast de gewone praktische dingen die ik kan doen voor anderen, ben ik vooral stil over zoveel contrasten in deze wereld.
Soms raakt in alle gebrokenheid even de hemel de aarde.

Namasté

Eindelijk slapen

Dit klinkt alsof ik nooit slaap.
Gelukkig is dat niet zo. Als ik in bed ga liggen ben ik in no time vertrokken naar dromenland. Maar… er hoeft maar iets te gebeuren: de hond die zucht, een huisgenoot die naar het toilet gaat, of ik ben klaar wakker en kan dan niet snel meer in slaap komen.

Tot voor kort dan.
Vorige week had ik weer eens een Grote Crisis waarin er een tsunami aan verdriet en pijn naar boven kwam uit de onderbewuste krochten van mijn brein. En ja hoor, het had weer met het misbruik op kinderleeftijd te maken.
Die Grote Crisis duurde een paar dagen. Nu ebt het nog een beetje na.

Ik heb hulp gevraagd en gekregen vanuit de lotgenotengroep waarin ik zit. Het steun die ik vanuit die groep krijg is hartverwarmend en simpel:
Berichtjes waaruit begrip, herkenning en liefde blijkt.
Klein mogen zijn: want de Crisis komt uit een klein kind dat is was toen ik werd beschadigd, dus de emotie is ook van een klein kind.
Advies: vanuit ervaring, dus adequaat.
Daardoor durfde ik los te laten, toe te laten en kon ik weer opstaan.

Wel heftig: zo zat ik huilend in de auto, en zo zat ik sinterklaasliedjes te zingen met mijn leerlingen. In de ochtend eerst een uur huilen voordat ik opstond en dan gaan werken. Een tropenweek.

Maar ook: er is een wonder gebeurd:
Ik word er niet meer wakker van wanneer mijn partner opstaat als ik slaap en evenmin hoor ik hem ’s avonds laat thuiskomen als ik al in bed lig.
Ik word niet met schrik wakker van geluiden.
Als ik eens midden in de nacht wakker wordt, duurt het maar even voordat ik weer inslaap.

Voor het eerst sinds ik me kan herinneren is dit zo. Als kind al kon ik pas slapen wanneer het helemaal rustig was. Kwam er een vriendinnetje logeren dan sliep ik pas nadat zij in slaap was gevallen.
Dit is hoe een verborgen trauma je leven stuurt.

De ervaring van afgelopen week geeft me hoop:
Oude patronen kunnen loslaten na verwerking.
Leven zonder overspannenheid is mogelijk.100_2753

Waarom kindermisbruik zo erg is

Vorige week was er de opening van de tentoonstelling: kracht uit geweld in het gemeentehuis van Vriezenveen.
Hier kun je luisteren naar mijn bijdrage aan de opening daarvan en enkele kunstwerken zien.
Remember your Wings II Marie Louise donkerder-2

Als ik denk aan kindermisbruik dan komen er flarden van gedachten in mijn hoofd op als:
‘Vleugellam geslagen Ziel’, of (Herman van Veen):
‘Wie heeft het licht in je ogen gedoofd’.

Vorige week is in onze familie een kindje geboren. Als je die foto’s ziet, dan zie je een volkomen tevreden, glimlachende baby die helder de wereld in kijkt. Een pareltje.

Kinderen leren heel veel wanneer ze opgroeien. Ze nemen alles op wat de buitenwereld geeft. Ze houden van licht en ruimte, van spelen, van fantaseren, dat alles is als voedsel voor de ziel. Ze vergroeien hiermee met hun eigenheid, ze verzamelen veel geestelijke energie voor de volgende stap in hun ontwikkeling en ervaren wat leven is.

Bij kindermisbruik, wordt dat stralende licht gedoofd. Er komen donkere wolken tussen het kind en het heldere licht wat van hem of haar is. Het kan niet meer schijnen. Het kind leert dat het helemaal niet veilig is om te schijnen. Er wordt in de kiem gesmoord wat wil groeien en ontwikkelen.

De dader, het misbruik, de pijn, het overschrijden van grenzen die op jonge leeftijd nog zo heel kwetsbaar zijn, beschadigt een gezonde ontwikkeling, een realistisch zelfrespect en het vermogen het eigen leven op waarde te schatten en de eigen energie als centrum van het eigen leven te stellen. Wat voor mensen met een onbezorgde jeugd volstrekt normaal is wel te doen. En terecht.

Als het misbruik voortduurt, geeft dat ernstige psychische en lichamelijke ziekten. De demonen kennen geen tijd en blijven saboteren. Ze zorgen voor een moeilijk leven waarin het soms een onmogelijke titanenklus is om door te gaan en ‘normaal’ te doen.

Ook relatief eenvoudig misbruik en het overschrijden van de natuurlijke grenzen van een kind kan tot ernstige problemen leiden. Op jonge leeftijd is de seksualiteit van een kind een no-go-area. Het is een gebied dat nog lang niet rijp is om aangeraakt te worden. Gebeurt dat toch, via misbruik, dan gaat er iets stuk. In ieder geval de natuurlijke grens van het zelf en de nog verscholen seksualiteit. Als in de puberteit de seksualiteit wakker wordt, dan weet niemand dat die beschadigd is. De seksualiteit van de dader met zijn of haar geweld, komt tussen de persoon en haar/zijn eigen seksualiteit in te staan. En het innerlijke gevoel, de eigenheid is dan niet meer van de persoon zelf. De opgedrongen, gewelddadige seksualiteit van de dader zit ertussen. Hoe vleugellam wil je zijn. Er komen gevoelens van waardeloosheid naar boven. Wat ben ik waard? Als je geluk hebt, ontmoet je een fijne partner. Zo niet, dan komen er nog meer trauma’s bij door verkeerde relaties met psychisch of lichamelijk geweld. Wist je dat meer dan de helft van de prostituees een verleden heeft van misbruik en/ of incest?

Kom bij mij niet aan met quotes als:’het is al zo lang geleden’, of ‘zou je nu maar eens aan iets anders denken?’, of: ‘ga toch eens leven’. Dit is mijn leven en mijn demonen zal ik naar het licht brengen ook als ze te walgelijk zijn om aan te zien.
Wanneer ik hoor dat het zoveelste grote pornonetwerk is opgerold, wanneer ik zie dat zoveel kinderen van af hun vroegste jeugd beschadigd zijn, terwijl ik weet wat het kapot maakt in het leven van een kind, dan zeg ik: Het zal je kind maar zijn. Laat je stem horen, zwijg niet bij misbruik en vind de moed om te luisteren zodat je de overlevers van misbruik niet nogmaals in de kou laat staan.

Ik kan weer lezen!

Ik kan weer lezen!
Alsof er een luikje open is gegaan.
Sinds ik een burn-out kreeg in het voorjaar van 2012 is lezen een probleem.
Niet dat ik moeite heb met het herkennen van de letters. Of dat ik helemaal niets meer heb gelezen.
Ik zag de letters, volgde de woorden en nam niets op. Ik wist totaal niet wat ik gelezen had.
Tenzij… Ja, tenzij wat? Op een onnavolgbare wijze ging het soms weer wel, een quote, een boek dat ergens resoneerde.
Meestal ging het van: volkomen blur….een heldere alinea, …….onbegrijpelijke moes van zinnen,…..een lichtend woord….enzovoorts.

Bijna letterlijk zag ik de heldere alinea’s, woorden ook alsof ze met een markeerstift waren bewerkt. Of beter gezegd: alsof ze verlicht werden.

Ik ben niet lang uit het werkproces geweest: toen het ‘niet meer ging’: twee weken volledig thuis, een paar maanden op halve kracht gewerkt, daarna weer voor 100%.

Het proces van heling, weer op de rails komen gaat veel langer door. Met af en toe een terugslag, afgewisseld met een positieve mijlpaal, zoals nu: ik kan weer lezen, alles! Nog niet lang achter elkaar, maar wel zonder dat mijn hoofd op slot gaat.
Dat heeft drie-en-een-half-jaar geduurd.

Ik ga het vieren, dit stuk van mezelf weer herwonnen te hebben. Eerst door dit te delen met jou, en dan door deze week lekker te lezen.

Ik verbind me met mensen die niet kunnen lezen als gevolg van stress, trauma of overbelasting. Ik wens hen beterschap toe, heling. Ik weet hoe makkelijk je in die situatie komt en hoeveel tijd en energie het kost om er weer uit te komen. Het leven is altijd kwetsbaar, voor iedereen. Dat maakt ons menselijk.