De weg terug vinden

Ben kwijt, kan niet meer stilzitten en niets doen. Als ik nietsdoe, hoor ik de drukke vogels, de suizende wind door de bladeren en voel hoe de aarde in duizelingwekkende snelheid door het heelal raast. Hoezo, stil? Er is nooit stilte of rust.

Hondje staart me aan en snapt niet dat ik niet wil spelen. Als ze speelt gaat ze blaffen. Een beetje schel, bozig of grappig blafje. Versterkt mijn onrust. Later, hondje, eerst weer mezelf bewonen.

Haat het, mij zo te voelen. Klaag, klaag, slachtoffer, het is weer eens te veel. Waarom geen grenzen aangegeven? Nou, ik voelde ze niet meer.
Ondanks lichaamswerk en bewustwording van wat ik voel, ging ik toch sluipenderwijs uit de connectie met mijn lijf en ging mij gebruiken als gebruiksvoorwerp. Totdat lijf sprak: en nu is het genoeg.

Kan alleen denken in functies. Als ik dit schrijf, kan ik niet iets nuttigs doen. Als ik maar alles zelf blijf doen, dan versterkt het mijn slachtoffer-zijn en hoef ik niet te voelen waarom ik dat doe. Gewoonte vanaf vroege jeugd laat zich niet makkelijk uitwissen.
Opeens gaat de zo’n schijnen. Ja? is dit het?
Voor mij staat een hangmat, gekregen van mijn lief, om eens uit te rusten. Kan er nog niet in gaan liggen. Eerst dieper voelen.

Het eenzame kind dat verdreven werd uit het kinderparadijs en teveel op haar bordje kreeg. Dat als strategie uitvond: als ik nu maar heel hard mijn best doe, dan overleef ik, komt alles goed, word ik weer van mijzelf, geneest mijn moeder, komt het paradijs terug.

Maar er is altijd meer dat gedaan moet worden, meer wat nog niet af is. Het kan altijd beter. Waarom moet het beter? Waarom moet het af? Is er niemand die het over kan nemen?
De overtuiging is: nee. Om diverse redenen. En soms word ik daarin bevestigd. Zoals gisteren. En dan gaat het helemaal mis.
Ik zie en voorzie veel. Een kwaliteit en een last.

Nu weer terug, naar voelen. Voelen, hoe ik hier zit, de zware droefheid vanbinnen en de sprankeltjes. Wacht op de loodzware vermoeidheid die nog niet komt.

Waarom meteen invullen? Blijf bij wat er nu is.
Hondje kauwt haar bot, ligt lekker in het gras. Mijn voeten tintelen. Schouders ontspannen. Voel dat ik warm ben en levend. Misschien bewoon ik mij nog niet van top tot teen, maar al wel een steeds groter deel.

Blijf strijden tegen ongewenste indringers en omarmen versteende delen van mij. Mijn wapens zijn mijn levensadem en het hier en nu.
Vandaag geen grote openbaringen of diepe inzichten. Alleen het zachte zijn in mij dat groeit, hier, op deze plek, niet ergens anders, nu, niet morgen of gisteren. Zonder spijt, woede of schuld.