Verwerkingswerk

Het wordt serieus met de verhuizing. Het inkrimpen van twee- naar één appartement vereist veel uitzoeken, opruimen, loslaten, ruimte maken.

Gisteravond heb ik een ladekastje leeggeruimd. In één lade lagen oude brieven: van mensen die ik niet meer ken en van ouders, vrienden, familieleden. Prachtig! Tot eind jaren ’90 schreven we dus brieven. Reflecties over het leven, gebeurtenissen. Gevoelens, wensen en verlangens schreef je op mooi briefpapier of een losgescheurd velletje en verzond dat aan je geliefde, familie, vrienden.

Er was één brief bij waarin mij de ‘les’ werd gelezen: ‘los je problemen nu eens zelf op, leun niet langer op hulp van anderen, therapieën, goeroes, doe het alleen, doe het.’
Ik werd er heel boos van: waar haalde de schrijver de arrogantie vandaan om dit mij te vertellen zonder de oorzaak van mijn moeilijkheden te kennen.
Terwijl ik zat te lezen en me zat op te winden kwam de tijd waarin deze brief was geschreven weer naar boven: het moeilijke huwelijk, de ellende van alcoholmisbruik, het gevoel te leven in een afgesloten donkere box terwijl ik tegelijkertijd mijn liefste kinderen een jeugd wilde geven. Het onvermogen echt uit de situatie te komen en de diep gewortelde levenspijn die er altijd was wat ik ook deed (therapieën, retraites, me storten in van alles en nog wat), achter me te laten.

Wist ik toen maar wat ik nu weet: dat misbruik in een vroege jeugd desastreuze gevolgen heeft op een gezonde ontwikkeling. Wist ik maar dat de klachten die ik had naadloos passen in het profiel van een misbruikt mens. Wist ik maar wat dissociatie was. Wist ik maar waar mijn pijn vandaan kwam.
Maar dat wist ik allemaal niet. En dus werkte ik mij telkens weer in de nesten, gedirigeerd als ik werd door onverwerkt trauma. Nam roekeloze beslissingen in de hoop mijn pijn te slim af te zijn. Zocht verlossing die niet kwam. Integendeel.
Het zorgde ervoor dat ik een moeilijk leven leidde en mijn familie telkens weer schrok van wat ik nu weer had gedaan.

De oude pijn en de hopeloosheid van de situatie van toen kwam weer naar boven, gisteren. Ik viel erin en ik viel daarna in de angst van de kleine kleuter. Paniek.
Mag er zijn, nu. Ik ken de weg: boosheid, verdriet, de zwarte doos, het vallen, de paniek-aanval, weer rustig worden. Ik weet dat dat altijd volgt. Als ik er maar niet tegen vecht. Met mijn adem kan ik reguleren als het te heftig wordt.
Toelaten, wel hier blijven, nu, in deze veilige ruimte waarin het verleden niet hoeft worden weggestopt, er mag zijn terwijl ik weet dat het fysiek en in de tijd voorbij is: dat wat mij traumatiseerde.

Mijn ouders bleven me altijd steunen, losten acute crisissituaties op. Hoewel niet iedereen het daarmee eens was. Ik weet niet wat er was gebeurd als ze dat niet hadden gedaan. Was het dan eerder goed gegaan, of juist helemaal fout?
Feit is dat mijn moeder zei, toen ik 3 jaar geleden met mijn verhaal naar buiten kwam: ‘Dat was er dus, ik heb altijd geweten dat er iets was, maar wist niet wat.’
Dat raakte me. Zij voelde intuïtief aan: er is iets meer aan de hand dan honger naar avontuur of de wens domme beslissingen te nemen.

Het verwerken van een trauma volgt een grillige weg. Sinds gisteren is er weer wat opgelost en wordt mijn leven weer een stukje meer van mezelf. Zodat ik steeds meer toerekeningsvatbaar wordt en steeds meer verantwoordelijkheid kan dragen voor wat ik doe en niet doe.

Heb nu het gevoel alsof ik een marathon gelopen heb. Verwerken is hard werken. Overal spierpijn. Gelukkig is het vakantie en kan ik rustig aan doen vandaag: deze blog schrijven, toelaten wat er is.
Werken zou echt moeilijk zijn, nu.