Hoe wil je je voelen?

Hoe wil je je voelen?

Vandaag werd mij de vraag gesteld: ‘hoe wil je je voelen?’
Dit deed me schrikken: hoe wil ik me voelen… Niet: ‘wat wil je doen’, of: ‘wat wil je bereiken’, of: ‘wat vind je belangrijk’, maar: ‘hoe wil je je voelen?’

Ok, dacht ik, dat ga ik onderzoeken.
Na de koffie stapte ik in de auto, op weg naar Leiden waar ik een les zou gaan geven. En daar, op de A4, midden op het Prins Clausplein gebeurde het: ik werd overspoeld door iets… Emoties, geen verdriet of woede, maar een schreeuw. Ik begon te schreeuwen in de auto. Het was niet te stoppen. En het was eng, want ik reed op de snelweg. Mijn waarneming van wat er gebeurde was niet de werkelijkheid. Ik had het gevoel dat ik heel langzaam reed en dat de auto’s voor mij bijna stil stonden. Ondertussen reed ik bijna 120 km en de anderen dik 100 km.

Tegen de tijd dat ik in Leiden aankwam was het schreeuwen gestopt. Ik was van slag. Voelde veel tintelende energie, mijn benen voelden raar en ik was duizelig. Op de een of andere manier ben ik aangekomen, heb de les gegeven en ging weer terug.

Later, tijdens de wandeling met de hond, heb ik deze gebeurtenis zo goed als kwaad dat het ging geanalyseerd.
De vraag die ik me stelde was: waarom kwam die schreeuw naar boven en wat betekent die?

Bij de analyse hield ik contact met mijn gevoel. Wat ik nu wel weet is dat mijn lichaam niet liegt. Die weet beter dan mijn hoofd wat er speelt. Dit kwam er uit:

Mijn wil: tijdens die traumatische gebeurtenis nu 51 jaar geleden was het niet handig mijn wil te uiten of zelfs maar te voelen. Mijn wil was levensgevaarlijk. Ik kon toen alleen overleven door mijn wil te bevriezen en de wil van de ander te volgen. De inprenting was: mijn wil zorgt ervoor dat ik sterf, de wil van de ander zorgt voor overleven. Is dit nu zo bewust geweest in mijn leven? Nee, niet echt. Ik herinner me wel veel momenten waarin gevraagd werd naar mijn wil. En dat wist ik dan niet. Ik raakte in de war van die vraag. Vond wat anderen wilden belangrijker terwijl ik wist dat ik dat maar beter niet kon zeggen omdat dat raar is. Vond wel manieren om via een omweg mijn wil te realiseren, maar de openlijke confrontatie van de wil, zoals die normaliter tijdens de pubertijd plaatsvindt, heb ik nooit gekend. Ik vermeed altijd de confrontatie. Soms, wanneer twee mensen iets totaal anders van mij wilden, raakte ik in paniek: dit kon ik niet oplossen. Een open wond werd het: het onvermogen de eigen wil onbekommerd te voelen en te herkennen in relatie met anderen. Op relationeel, professioneel of seksueel vlak: wat wil ik? Geen idee, ik kan me heel volgzaam opstellen.

In dat licht zie ik mijn hang naar eenzaamheid, aan alleen zijn: dan hoor ik minder de wil van anderen en kan ik me rustiger voelen en ontspannen. Hoef dan niet zo alert te zijn.

Hoe wil ik me voelen? Ik wil me op mijn gemak voelen terwijl ik me vaak opgejaagd voel. Ik wil me verbonden voelen en voel me vaak eenzaam. Ik wil me geliefd voelen en kamp met een slecht gevoel van eigenwaarde. Ik wil er toe doen en voel me vaak nutteloos: iemand die makkelijk uitgewist kan worden, vergeten, onbelangrijk.
De vraag naar mijn wil zorgt voor een clash aan gevoelens in mij. Brengt me in verwarring en zorgt voor onrust.

Dat is wat trauma doet: je hebt geen idee dat je nog in trauma-tijd leeft en dat de dader nog aanwezig is in van alles. Ik wist niet bewust dat ik zo’n probleem had met het voelen van mijn wil. De wil van anderen (kinderen, partner, leerlingen, leidinggevenden) stelde ik onbewust hoger dan mijn wil. Trauma-tijd: de overtuiging dat mijn wil gevaarlijk is te volgen. Terwijl de gebeurtenis al 51 jaar achter mij ligt. Terwijl het nu veilig is te willen, mijn wil te voelen, te leven zoals ik bedoeld ben. Het is niet gevaarlijk meer. De trauma-tijd kan ik achter me laten. Ik mag willen. Trauma is als een slang. Heeft met alles te maken, be├»nvloed alle aspecten van je leven als een onzichtbare hand die je stuurt.
Wordt het zichtbaar, dan weet je pas dat het er is.
Zoals vandaag.
Ik moest schreeuwen. Toen, 51 jaar geleden, wilde ik dat ook. Maar toen kon het niet want dan zou ik niet overleven.

De schreeuw is mijn wil, mijn protest, mijn kracht.
Te schreeuwen is als het vallen in een onbekend, diep gat. Welke repercussies komen er?
Tot nu toe niets. Het was veilig om te schreeuwen in de auto. En de dader was daar niet.

Hoe wil ik me voelen?

Om met Pippi Langkous te spreken: ik heb het nooit gedaan dus denk ik dat ik het wel kan.
Mijn wil voelen.

De andere vraag die bij me opkomt is: heb ik niet geleefd, zonder die wil, is het tot nu toe nutteloos geweest?
Gelukkig is dat niet zo. Doordat mijn eigen wil onderdook in contact met anderen was ik bijvoorbeeld in staat veel leerlingen te helpen die verlegen waren en ook moeite hadden met voelen wat ze wilden. Ik walste niet over hen heen en heb zo een bijdrage geleverd aan hun zelfvertrouwen en ontwikkeling. Deze vaardigheid is een waardevolle tweede natuur geworden. Ik kan zonder ergernis, met liefde ruimte geven aan de persoonlijkheid van de ander. Dit blijf ik ook zeker doen. Nu ga ik ook leren mijzelf ruimte te geven, ook in contact met anderen.